Reis mee met Guido Dierickx sj naar een afgelegen plaats in Afrika. Daar in de ondoordringbare duisternis van de nacht gaat er ineens een raam open en komt er iets onverwachts moois naar buiten. Maar wat is de impact ervan op de lokale bevolking?
Idiofa was toen iets groter dan een dorp en iets kleiner dan een stad. Toch was het de zetel van een bisdom. Daarvan mocht ik de bisschop ontmoeten in Kikwit, enkele honderden kilometers naar het westen, richting Kinshasa. In zijn terreinwagen heb ik dat afgelegen oord kunnen bereiken, hotsend en botsend over een karrespoor. Aangekomen reden we meteen het bisschoppelijk domein in, afgezonderd van en beveiligd tegen de omringende wijk door een metershoge omheining.
Het klonk als een uitdaging aan het adres van de donkere, stille wereld van Idiofa
Idiofa is geen bestemming voor toeristen. Verre van. Het stadje had toen een eerder sinistere reputatie. Er waren onlusten geweest en een harde repressie door het politieke regime. De bevolking was gedwongen de executie van enkele oproerkraaiers bij te wonen. Nee, westerse bezoekers van Idiofa bleven best binnen het bisschoppelijke terrein, vooral ’s avonds wanneer in Centraal Afrika de duisternis ondoordringbaar lijkt.
Deze Belg had geen andere keuze dan ’s avonds, na zijn aankomst, een wandelingetje te maken binnen de omheining. De duisternis ademde stilte. In één van de gebouwen ging een raam open en een golf van elektrisch licht stroomde naar buiten samen met een golf van muziek, Europese muziek, een schallende symfonie van Beethoven. Muziek voor de elite, niet voor de massa. Het klonk als een uitdaging aan het adres van de donkere, stille wereld van Idiofa. Maar er kwam geen reactie. In de huizen rondom ging nergens het licht aan. Er klonken geen protesten tegen nachtlawaai. De wereld daarbuiten bleef gelaten stil.
Deed hij een poging om de inheemse cultuur te verdringen?
Wie was de uitdager? Ik had vernomen dat er een jonge priester was aangekomen in het stadje, pas afgestudeerd van een Europese universiteit en de trotse bezitter van een blitse wagen waarmee hij rondjes kon rijden in Idiofa maar niet daarbuiten. De putten in de wegen zouden zijn wagen onherroepelijk beschadigd hebben. Was hij het? Waren het zijn luidsprekers die de nachtelijke stilte wilden verdrijven? Alleszins moeten de omwonenden gedacht hebben dat zijn optreden iets aanmatigends had, dat hij hen liet weten iets nieuws en iets beters te bieden te hebben. En dat hij daarbij desnoods gebruik wilde maken van zijn economische overmacht. Want wie in Idiofa kon zich dergelijke apparatuur veroorloven? Deed hij een poging om de inheemse cultuur te verdringen? Mochten zij hem dan geen “cultureel kolonialisme” aanwrijven?
Maar misschien zouden sommigen hem stilletjes gelijk geven. Misschien zouden sommige inwoners van dit godvergeten stadje graag ingaan op zijn aanbod van westers muziekcultuur. De mensen van Idiofa gingen graag in op het aanbod van de westerse technologische deskundigheid. Dat stond buiten kijf. Maar zouden zij hun eigen muziek, hun eigen culturele tradities willen inruilen voor die uit vreemde, verre landen?
Dat was iets om te bedenken, die donkere avond in Idiofa en nog lang daarna. In het Afrikamuseum van Tervuren heb ik sindsdien kennis gemaakt met de beeldende kunst van het voormalige Belgisch Congo. Nu gaan er luide stemmen op om die kunstwerken terug te schenken aan hun land van herkomst. Kunnen we iets soortgelijks doen met hun lyrische kunst, met hun muziek en dans? Het zou jammer zijn als die helemaal vervangen zou worden door onze westerse muziek en dans. Die trouwens ook lang niet altijd het niveau haalt van een symfonie van Beethoven.
Foto door Alexey Demidov via Pexels