Moet er iets veranderen aan de positie van vrouwen in de kerk? Ignis onderzoekt die vraag. Deze keer: Aldegonde Brenninkmeijer wilde als klein meisje priester worden. Maar dat kan niet in deze Man’s Man’s Man’s World. Gelukkig heeft ze spirituele zusters gevonden waarmee ze mannen in de samenleving en in de kerk blijft herinneren aan waarheid en gerechtigheid.
Begin maart wordt wereldwijd Internationale Vrouwendag gevierd. Er gaat een lange geschiedenis aan vooraf van spanningen en machtsverhoudingen tussen man en vrouw. Deze dynamiek heeft haar wortels in patriarchale samenlevingen en in religieuze tradities die vaak door mannen werden bepaald, en dus ook binnen onze Kerk van Jezus Christus.
Met woord en daad gaf Jezus de vrouw opnieuw haar plaats en haar waardigheid terug.
Ook Jezus moest tijdens zijn openbare optredens de religieuze autoriteiten, met hun patriarchale opvattingen, herhaaldelijk herinneren aan de oorspronkelijke scheppingsorde van man en vrouw. Met woord en daad gaf Hij de vrouw opnieuw haar plaats en haar waardigheid terug.
De manier waarop deze dag vandaag in verschillende culturen wordt gevierd – of juist niet wordt gevierd! -, doet vermoeden hoe ver wij nog verwijderd zijn van Gods oorspronkelijke bedoeling met de mens. In 1966 bracht James Brown een veelzeggend lied uit dat deze realiteit treffend verwoordt: It’s a Man’s, Man’s, Man’s World. Het lied werd later door anderen hernomen en kreeg een plaats in de muzikale geschiedenis.
Als oudste zus van drie jongere broers groeide ik zelf op in een gezin waarin mannen sterk aanwezig waren. Juist deze gezinssituatie gaf mij de gelegenheid om na te denken over de verschillen tussen mijn broers en mijzelf als meisje.
Tegelijk heeft de geschiedenis mij geleerd dat er doorheen de eeuwen markante, moedige en voorbeeldige vrouwen zijn geweest die, elk op hun eigen wijze, weerstand boden aan machogedrag en zo een blijvende, positieve invloed hebben uitgeoefend op zowel de samenleving als op de Kerken.
Simpel gezegd kan men twee fundamenteel verschillende vormen van leiderschap onderscheiden die overeenkomen met de klassieke begrippen potestas en auctoritas. Zij komen in verschillende contexten voor: politiek, kerkelijk, familiaal of maatschappelijk.
Auctoritas is een bevrijdende vorm van autoriteit: zij schenkt energie, bevordert leven en laat talenten tot bloei komen
Wie macht – potestas – bezit, beschikt over een bepaald overwicht ten opzichte van anderen, dat kan voortkomen uit een voorsprong in kennis, meer economische middelen, een sterkere fysieke of psychische positie, of een dominante sociale positie. Dergelijke macht impliceert controle; zij stelt iemand in staat zijn wil door te zetten en anderen zijn beslissingen op te leggen.
Auctoritas verwijst eveneens naar gezag in leiderschap, maar berust daarentegen niet op dominantie of onderwerping, maar op vrije en wederzijdse erkenning. Deze vorm van autoriteit handelt op ooghoogte met anderen en vermijdt elke vorm van arrogantie. Het is een bevrijdende vorm van autoriteit: zij schenkt energie, bevordert leven en laat talenten tot bloei komen. Zij helpt mensen zich te ontplooien en draagt bij tot de vorming van een gemeenschap waarin vrije en respectvolle relaties kunnen groeien.
Al eeuwenlang draagt de vrouw de last van potestas op haar schouders. Zij ervaart de gevolgen van machtsstructuren in tal van vormen: economische afhankelijkheid, ongelijke verloning, discriminatie en racisme, en niet in het minst seksueel geweld. Soms worden deze onrechtvaardigheden op pijnlijke wijze zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan het proces rond Gisèle Pelicot, die gedurende negen jaar door haar eigen echtgenoot werd gedrogeerd, waardoor tientallen mannen haar konden misbruiken. Zulke gebeurtenissen roepen een indringende vraag op: waar blijft de patriarchale gemeenschap die luid en duidelijk opstaat om dergelijk seksueel misbruik door mannen te veroordelen? Of denk aan de recente stromingen in de VS die worden gezien als een heropleving van wat sociologen ‘hegemonic masculinity’ noemen: bewegingen die traditionele genderhiërarchieën herstellen en mannen opnieuw een dominante positie boven vrouwen geven.
Tegenover dergelijke vrouw-onterende tendensen staat de Internationale Vrouwendag. Deze dag roept alle vrouwen op om op te komen voor hun eigen waardigheid en deze te beschermen door respect en erkenning te eisen voor hun vrouw-zijn.
Tegenover deze machtslogica staan ook prachtige voorbeelden van auctoritas die door vrouwen in de Kerk wordt belichaamd. Sinds enige tijd volg ik via YouTube regelmatig de livepreken van twee vrouwelijke bisschoppen. De eerste is Dame Sarah Elisabeth Mullally, die sinds januari 2026 de Anglicaanse aartsbisschop van Canterbury is. Zij is de 106e aartsbisschop van Canterbury en de eerste vrouw in de meer dan 1400 jaar oude geschiedenis van dit ambt. Daarnaast is er Mariann Edgar Budde, die sinds 2011 bisschop van Washington is en daarmee de eerste vrouw die dit ambt in dat bisdom bekleedt.
Waarom maakt de katholieke Kerk het zo moeilijk om goed gevormde vrouwen op zijn minst de mogelijkheid te geven het Woord te verkondigen in een homilie of prediking?
Ik luister naar hun preken niet in de eerste plaats omdat zij bisschoppen zijn, maar omdat zij vrouwen zijn. In hun manier van spreken en leidinggeven, belichamen zij op een bijzondere wijze het beeld van de “moeder Kerk”. Zij zijn intelligent, uitstekend gevormd in theologie, pastoraal en spiritualiteit, en weten hun diepe Bijbelse kennis op een begrijpelijke en inspirerende manier te verbinden met het concrete leven van hun gelovigen.
Dat roept voor mij een vraag op: waarom maakt de katholieke Kerk het zo moeilijk om goed gevormde vrouwen op zijn minst de mogelijkheid te geven het Woord te verkondigen in een homilie of prediking? Onlangs, op 4 december 2025, maakte het Vaticaan het rapport openbaar van de Petrocchi-studiecommissie, omtrent de vraag om vrouwen toe te laten tot het diaconaat. In dit rapport wordt gesteld dat de traditie van de diakenwijding voorlopig voorbehouden blijft aan mannen. Toch bevat deze formulering een opmerkelijk detail: het woord “voorlopig” – het impliciete “nog niet” – laat de deur op een kier. Zelfs een kleine opening kan een teken van beweging en hoop zijn.
Tot op vandaag blijven er echter belangrijke vragen die aan de kerkelijke hiërarchie gesteld mogen worden. Hoe verhouden wij ons tot de Bijbelse overtuiging dat man en vrouw beiden geschapen zijn naar het beeld van God? Hoe ernstig nemen wij dat beide geslachten een gelijke waardigheid bezitten, zoals de Schrift ons voorhoudt? En hoe verstaan wij de geloofsbelijdenis van de apostel Paulus:
“Er is geen Jood of Griek meer, geen slaaf of vrije, geen man en vrouw; want allen bent u één in Christus Jezus” (Galaten 3,28).
Daarbij komen ook de maatschappelijke ontwikkelingen van onze tijd, die steeds sterker pleiten voor gelijke toegang van vrouwen en mannen tot verantwoordelijkheid, leiding en institutionele taken.
Is Jezus zelf niet een sprekend voorbeeld voor ons? Hij eerde niet alleen de vrouwen van zijn tijd, maar vertrouwde hen ook als eerste zijn belangrijkste boodschap toe. Aan hen verscheen Hij na zijn verrijzenis en gaf Hij de opdracht om het nieuws aan de apostelen te verkondigen. Vele vrouwen herkenden in hun hart dat ook zij geroepen waren om het evangelie van Jezus Christus te verkondigen, samen met de mannelijke apostelen.
In de apostolische constitutie Praedicate Evangelium richt paus Franciscus zich tot alle gedoopte christenen en herinnert hij hen aan hun roeping en verantwoordelijkheid binnen de Kerk. In diezelfde geest kunnen we ook de recente benoeming zien door paus Leo XIV van een vrouw in een belangrijke leidinggevende functie binnen het Dicasterie voor het Gewijde Leven.
In mijn prille jeugd stelde mijn priester-oom, die net van het Tweede Vaticaanse Concilie terugkwam, mij ooit de vraag wat ik later wilde worden. Met een grote innerlijke zekerheid antwoordde ik: priester zou ik willen worden. Zijn reactie daarop was: “nu gaat het nog niet, maar misschien in de toekomst”. Hoe ervaar ik sindsdien mijn leven als vrouw in de Kerk? Welke voorbeelden hebben mij geholpen om mijn vrouw-zijn binnen de Kerk te begrijpen en te verdiepen?
Door de geschiedenis heen zijn er talloze vrouwen geweest die in de Kerk een profetische stem hebben laten horen
Tijdens mijn hele leven zijn drie uitzonderlijke vrouwen voor mij een bron van inspiratie geweest, zowel door hun politieke, maatschappelijke als kerkelijke inzet: Hildegard van Bingen, Catharina van Siena en Teresa van Ávila. Voor mij zijn zij ware spirituele zusters geworden. In veel opzichten zijn hun vragen en hun engagement actueler dan ooit.
Door de geschiedenis heen zijn er nog talloze andere vrouwen geweest die in de Kerk een profetische stem hebben laten horen. Zij blijven de mannen in de samenleving en in de kerk, herinneren aan waarheid en gerechtigheid. De omstandigheden van onze tijd tonen hoe broos de waarden zijn die het samenleven dragen: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing, de vruchten van de Geest (Gal. 5,22–23). Het zijn precies deze deugden van auctoritas die ik van harte toewens aan onze samenleving, maar bovenal aan onze synodale Kerk van Jezus Christus.
Afbeelding: Theresa van Ávila