Het intrigeerde me meteen, toen ik de uitnodiging kreeg voor de inaugurale rede van Carmody Grey, met de (nieuwe) leeropdracht: “integrale ecologie”. Wat zou deze nog kunnen toevoegen aan de al bestaande veertien leeropdrachten ecologie binnen de Natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit?
De bestaande leeropdrachten dekken het hele terrein van de ecologie: water, planten, dieren, en ook de diverse aspecten: functioneel, restauratief, chemisch… Welke lacune zag men nog? En als bedoeld wordt dat deze nieuwe opdracht “alomvattend” is en als het ware alle andere in zich integreert, is dat dan niet al te pretentieus?
Volgens Carmody Grey betreft Integrale Ecologie het geheel van onze menselijke taak op aarde
Kritisch en nieuwsgierig ging ik naar de goed gevulde aula voor deze rede.
Natuurlijk besefte Carmody Grey, dat veel aanwezigen juist hun vragen hadden bij die term “integrale”. Ze begon dan ook met een onderstreping ervan. Ze citeert paus Leo, die zijn brief naar aanleiding van de Dag van de Schepping besloot met: “Moge integrale ecologie meer en meer worden geaccepteerd als het juiste pad om te volgen”.
Dat staat er, maar wat is er dan mee bedoeld, zeker als dit het juiste pad is?
Het is die combinatie, die interne samenhang tussen denken en doen die moet worden hersteld
Volgens Carmody Grey betreft Integrale Ecologie het geheel van onze menselijke taak op aarde. En daarom is het “integraal”: het betreft niet enkel onze reflectie, maar evenzeer onze activiteiten. Het is die combinatie, die interne samenhang tussen denken en doen – die we wellicht uit het oog verloren zijn – die zou moeten worden hersteld. Bij het zoeken naar de beste term om deze totale relatie met de context waarin wij leven te omschrijven, komt ze tot de term “communion”, een normatieve term die aangeeft hoe onze relatie moet zijn met onze medemensen en de hele schepping. Communion die in de praktijk leidt tot een liefdesband.
Het “integrale” van deze benadering staat dus niet naast of in contrast met alle andere vormen van ecologie uit de natuurwetenschappen, maar ook uit de sociale en managementwetenschappen, en probeert als het ware een ander blikveld te openen, een blikveld dat het totaal bestrijkt.
Vanuit die totaliteitsvisie is het voor haar vanzelfsprekend dat het in christelijk perspectief een theologisch concept is. De leerstoel is dan ook ondergebracht bij het Laudato Si’ Instituut, een para-universitair instituut, verbonden aan de faculteit Theologie, Filosofie en Religiewetenschappen.
In haar verdere uitwerking geeft ze aan, dat de interne samenhang tussen theorie en praktijk moet worden hersteld. In de geschiedenis van het denken zijn ze wat uiteen gegroeid. De christelijke theologie leent zich bij uitstek voor dit proces, omdat zij van nature gericht is op de zin en het doel van al wat bestaat in onderlinge samenhang. In de openbaringsteksten en de theologie neemt het begrip “liefde” een centrale plaats in om de kern van deze relatie normatief te duiden: de liefde van God en de liefde van de mens voor God en (op de eerste plaats) de medemens. Dat kun je uitbreiden tot de liefde voor heel de schepping. In deze liefde komt de onverbrekelijke band tussen theorie en praktijk ook duidelijk tot uiting,
Maar als onze menselijke taak bestaat uit deze “communion of love” met alle schepselen, wat is dan daarbinnen de taak van de wetenschappelijke reflectie? Wanneer paus Franciscus meermalen heeft gezegd: “Realiteiten zijn groter dan ideeën”, heeft hij geen anti-intellectueel standpunt willen uitdragen, maar vooral willen waarschuwen voor ideeën die de band met de realiteit hebben verloren. Dat is wat integrale ecologie ook wil: het uiteengroeien van theorie en praktijk een halt toeroepen en daarmee het intellectuele leven vernieuwen.
Laat ik Carmody Grey zelf citeren. Zij stelt: “integrale ecologie is de taak om al onze problemen, al ons denken, al ons doen in de context te plaatsen van een paradigma dat een vernieuwde vorm van holisme en betekenisgeving uitdrukt”. Om dat te realiseren zijn “practices of communion” nodig. Die nadruk op de practice ziet ze ook in sommige filosofische stromingen van onze tijd.
Het moederschap is een prima voorbeeld van wat communion is
Zij kiest inderdaad bewust niet voor de term “verbinding” met al het bestaande, ook niet “relatie” met al het bestaande. Beide termen kennen hun beperkingen. Bewust kiest zij voor “communion” met al het bestaande en ze omschrijft dat als: het tegendeel van “alleen-zijn”. En -zegt ze – dat is uiteindelijk wat elke mens verlangt.
In lijn met de uitspraken van paus Franciscus in Laudato Si’, waar hij de familie als het normatieve beeld schetst voor de verhouding tussen de mens, zijn medemensen, de schepping en God, weidt ze tenslotte uit over haar eigen recente ervaring als moeder, rond haar zwangerschap en bevalling, en hoe ze zich is gaan realiseren hoezeer moederschap een prima voorbeeld is van de communion die zo centraal staat in haar denken (en handelen).
Foto door Bethany Beck via Unsplash