Is het nodig om details van misbruik openbaar te publiceren? Jos Moons sj vindt van wel. Het is het enige wat misbruikslachtoffers soms kunnen doen om geloofwaardig te zijn. Voor heling en herstel zou het helpen als de daders ronduit zouden toegeven: “ik zat fout.”
De afgelopen tijd werd de kerk onaangenaam verrast door geloofwaardige beschuldigingen van misbruik aan het adres van een Nederlandse benedictijn (december 2024), een Franse jezuïet (december 2025), en een Engelse jezuïet (januari 2026). Niet in een ver verleden, maar in onze eigen 21e eeuw. Toen ging het vaak om kinderen of tieners, in deze gevallen gaat het om volwassenen. In het Nederlands Dagblad, La Vie, en Cherwell werd door slachtoffers gedetailleerd uit de doeken gedaan wat er voorgevallen was.
Journalistieke berichtgeving met details is de enige kans voor de slachtoffers om het ‘dat kan toch niet waar zijn’ gevoel te doorbreken en geloofwaardig gevonden te worden
Waren die details wel nodig, hoor je soms. En journalisten, die willen sensatie. Volgens mij is journalistieke berichtgeving met details de enige kans voor de slachtoffers – hun enige macht – om het ‘dat kan toch niet waar zijn’ gevoel te doorbreken en geloofwaardig gevonden te worden. Die neiging tot ongeloof geldt zeker als er sprake is van charmante, getalenteerde mannen (of vrouwen). Denk wat dat betreft aan de wijdverbreide victim blaming na beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag jegens de Vlaamse mediapersoonlijkheid Bart De Pauw. En vergeet niet dat daders bijna altijd minimaliseren. Journalisten en details zijn broodnodig. Dat vond onlangs ook de redactie van het Nederlands Dagblad bij een gelijkaardige zaak in de protestante kerk.
Maar wat ik vooral wil zeggen over deze zaken: ik had gehoopt op een duidelijke nederigheidsbocht. In het boek Katharsis dat de inmiddels uitgetreden benedictijn publiceerde, is volop aandacht voor fouten, bijleren, nieuwe inzichten, en uitzuivering. Dat is goed nieuws. Maar waarom stelt hij nergens ondubbelzinnig: “er was sprake van psychisch en spiritueel misbruik, en dat was mijn fout”? Ook in het Engelse nieuws verscheen er nog niets dat in de richting van een ‘mea culpa’ wijst. In het geval van de Franse jezuïet is er zelfs sprake van een ’tegenproces’ tegen zijn provinciaal vanwege misbruik van zijn positie.
Voor de slachtoffers is zo’n nederigheidsbocht juist van groot belang. Slachtoffers verdringen vaak wat er gebeurd is, of geven zichzelf de schuld; een schuldbelijdenis van de dader bevrijdt hen van die last. Het is erkenning van de wonden en zalf op de vaak ingrijpende littekens. Weldadig waren de woorden van bisschop Bonny in november 2025 in een speciale wake voor slachtoffers. Plaatsvervangend zei hij: “ik geloof en vertrouw je, wat je hebt meegemaakt, is echt. Het had nooit mogen gebeuren. Het was niet jouw fout. … Er had voor jou gezorgd moeten worden.” Ook de Franse jezuïeten communiceerden trouwens in die geest.
Eigenlijk zou zo’n nederigheidsbocht vanzelf moeten spreken. We erkennen ermee dat we inderdaad allemaal fouten maken: verkeerde inschattingen, verkeerde keuzes, verkeerde uitspraken, verkeerde toon, verkeerde gestes, verkeerde daden. De omgeving speelde daarbij allicht een rol: de ander, de cultuur, opvoeding, karakter, …. Maar de kern van de nederigheidsbocht is dat de dader erkent dat hij of zij fout was.
Er moet eerst door de dader ondubbelzinnig gezegd worden: ik was fout. Zodat ook het slachtoffer een nieuwe kans heeft.
Soms hoor je dat we mensen een tweede kans moeten geven. Dat vind ik ook. Daar moeten we in kerk en wereld beter in worden. Niet alle plegers van misbruik zijn ziekelijk en geneigd tot herhaling, zeggen experts. Om fouten uit het verleden te voorkomen, is het natuurlijk wel van belang dat door experts bevestigd wordt dat in het geval van deze of gene de kans op herhaling klein is. En moet eerst door de dader ondubbelzinnig gezegd worden: ik was fout. Zodat ook het slachtoffer een nieuwe kans heeft.
Foto door M. via Unsplash, afbeelding is ter illustratie en niet gerelateerd aan een van de benoemde zaken