Museum Gouda laat tot 30 augustus veertig kunstwerken zien die ‘geloof’ als onderwerp hebben. Ze zijn geselecteerd uit de enorme collectie van het Rijksmuseum door drie bekende Nederlanders, ieder met een eigen religieuze achtergrond en een eigen visie op geloof: de schrijver Arnon Grunberg, Naema Tahir, mensenrechtjurist en schrijver, en columnist Stephan Sanders.
Tahir heeft een Brits-Pakistaans-Nederlandse achtergrond. Grunberg is traditioneel joods opgevoed, maar heeft zich later van het geloof verwijderd; toch heeft hij zijn zoontje op joodse les gedaan. Sanders werd geadopteerd door Nederlandse ouders die hem een katholieke opvoeding gaven, hij liet het geloof los om het daarna weer te hervinden.
We gaan enkele kunstwerken bekijken aan de hand van de commentaren van de gastcuratoren (die ook aan het woord zijn in het laatste nummer van Kunstschrift, febr.-mrt. 2026).
Arnon Grunberg laat zien hoe mensen offers kunnen brengen ten bate van de gemeenschap. Hij koos een eikenhouten beeld van Het offer van Abraham uit 1540-1550. Abraham staat voor de keuze tussen moord en geloof. Omdat hij geloofde en gehoorzaamde, werd hij geen moordenaar.
Het offer van Iphigenia van Arnold Houbraken uit 1690-1700 laat zien hoe zij door haar vader werd geofferd om de goden te verleiden de wind zo te laten draaien dat de Griekse vloot tegen Troje kon uitvaren.

Ecce Homo van Matthias Stom (1530-1650) toont Jezus die zal sterven voor de naaste.

Naema Tahir hoopt dat de gulden regel, de ander behandelen zoals je zelf door anderen behandeld wilt worden, ook de samenleving van mensen en culturen zal bepalen. Het huisvesten van de armen van Joost Cornelisz Droochsloot uit 1647 is een toepassing van de gulden regel, die in alle religies voorkomt en een kernregel is waar het over mensenrechten gaat.

Het Gezicht op Smyrna met op de voorgrond de ontvangst van een Nederlandse consul in de Divan uit 1709-1723 verbeeldt een vredige ontmoeting tussen mensen met een verschillende cultuur en geloof.

Simon Maris toont in zijn Portretstudie, ‘Isabella’ (ca. 1906) een mooie vrouw van kleur, geschapen tot Gods glorie, met respect en aandacht geschilderd.

De ketelschuurster van Willem van Odekercken uit ca. 1644 illustreert dat je God kunt aanbidden door je werk met aandacht en toewijding te verrichten.
Voor Stephan Sanders ligt de kern van geloof in het vermogen tot barmhartigheid. Gods barmhartigheid is geïllustreerd aan de hand van het schilderij van Frans Francken II en Hieronymus Francken III, De Parabel van de verloren zoon uit 1610-1620, een uitvoerige weergave van de liederlijkheid van deze jongen die later door zijn vader vergeven zal worden.
Hij koos verder voor De heilige Sebastiaan uit ca.1460, beschermheilige van soldaten en in latere eeuwen van homoseksuelen.

De Bewening van Christus, ‘gebeiteld uit eikenhout (ca. 1500), maar vooral toch uit verdriet… er wordt gebeden (Maria) en er wordt gehuild (Maria Magdalena)’. Jezus ligt dood in de schoot van Maria, ‘dezelfde schoot waaruit de zoon ooit is ontsprongen’ (geciteerd uit Kunstschrift).

Eén wand in de tentoonstelling toont verschillende objecten van mensen uit Gouda die illustreren wat hun houvast heeft gegeven. We zien onder andere een gewone gitaar die laat zien dat muziek houvast betekende voor de eigenaar. Een vrijwilliger-suppoost liet mij weten dat het betreffende muziekinstrument de bezitter in contact had gebracht met anderen.
De getoonde werken en de commentaren maken duidelijk dat we allemaal naar houvast zoeken, waarbij geloof voor iedereen een andere lading heeft. Voor de een is dat een humaniteit die je boven je eigen egoïstische beperktheid uit tilt, voor de ander is het de onzichtbare, transcendente God, die toch nabij is: in geloof en gebed, maar ook in het gewone dagelijkse leven. Het doet goed om te kijken naar deze geselecteerde kunstwerken en je te laten leiden door de erbij geleverde commentaren. Zien en horen leiden tot het stellen van vragen omtrent ons eigen bestaan.
De tentoonstelling Geloof is tot en met 30 augustus te zien in museum Gouda
Foto’s: Peter van Dael