
Binnen het Platform voor ignatiaanse spiritualiteit denkt een groep justitiepastores en andere professionals uit Nederland en België na over hoe de ignatiaanse spiritualiteit kan worden ingezet in het gevangenispastoraat. Kan het gedetineerde helpen bij een doorstart in hun leven?
Werken als aalmoezenier of justitiepastor in een penitentiaire inrichting ervaar ik als zeer betekenisvol, maar ook uitdagend. Het werk wordt gekenmerkt door paradoxen. Zo werk je als geestelijk verzorger vanuit een diepgevoelde naastenliefde en barmhartigheid, maar word je in de praktijk vaak geconfronteerd met situaties die het geduld en mededogen op de proef stellen. De existentiële en geestelijke noden bij de doelgroep zijn immens, maar tegelijk is de aanvaarding van Gods liefde voor velen te moeilijk. Gedetineerden worstelen met hun schuldgevoelens, maar verzetten zich tegelijkertijd tegen het concept van vergeving. Kerkdiensten worden goed bezocht en zeer gewaardeerd, maar de naleving van christelijke waarden is niet vanzelfsprekend.
In een wereld waarin ze vaak vastzitten in schuld, berouw en de gevolgen van hun daden, is het Evangelie een boodschap van bevrijding
In een dergelijke uitdagende en paradoxale werkomgeving is het van belang om je werk te funderen en te oriënteren op iets dat aan deze menselijke dynamieken voorafgaat en ze overstijgt. De ignatiaanse spiritualiteit biedt hiervoor een bijzonder vruchtbaar kader.
Het gebed van het Jubeljaar 2025 weerspiegelt de hoop en transformatie die zo cruciaal zijn binnen de gevangeniscontext: Vader in de hemel, moge het geloof dat U ons gegeven hebt in uw Zoon, Jezus Christus, onze broeder, en moge de vlam van liefde die in ons hart is ontstoken door de Heilige Geest, in ons de zalige hoop doen herleven op de komst van uw Koninkrijk.
Deze hoop, die de kern vormt van het Jubeljaar, is essentieel voor gedetineerden. In een wereld waarin ze vaak vastzitten in schuld, berouw en de gevolgen van hun daden, is het Evangelie een boodschap van bevrijding. Maar deze boodschap moet niet abstract blijven; ze moet een concrete wegwijzer zijn, een spirituele pelgrimage die leidt naar innerlijke transformatie.
Ignatius is een krachtige, strijdbare figuur waarin gedetineerden zich kunnen herkennen. Zijn leven wordt gekenmerkt door strijd, ommekeer en spirituele groei. Zijn Geestelijke Oefeningen, doordrenkt van militaire beeldspraak, resoneren met hen die gewend zijn aan een leven van strijd — hetzij op straat, hetzij in hun eigen innerlijke worstelingen.
Deze spirituele strijd van Ignatius tussen goed en kwaad, is voor veel gedetineerden een herkenbare en noodzakelijke weg
In zijn autobiografische vertelling lezen we hoe Ignatius van Loyola, toen nog als ridder Iñigo, zich overgaf aan de ijdelheden van de wereld, op zoek naar eer en roem. Dit wereldse leven kwam abrupt ten einde toen hij gewond raakte door een kanonskogel, een moment van gedwongen stilstand. Gedetineerden kennen deze ervaring: een plotselinge onderbreking van het leven, een periode waarin ze worden teruggeworpen op zichzelf en hun daden.
Tijdens zijn herstel ontdekte Ignatius dat de nasleep van wereldse dromen hem onrustig maakte, terwijl de gedachten aan een leven gewijd aan Christus hem vreugde en vrede gaven. Dit is de kern van de ignatiaanse onderscheiding van de geesten: het leren herkennen welke gedachten en gevoelens van God komen en welke niet. Dit proces, deze spirituele strijd tussen goed en kwaad, is voor veel gedetineerden een herkenbare en noodzakelijke weg.
Ignatius beschouwde het geestelijk leven als een slagveld waarop God en de ‘vijand van de menselijke natuur’ strijden om de ziel van de mens. Dit beeld is voor gedetineerden begrijpelijk en invoelbaar. Binnen de gevangenismuren woedt niet alleen de strijd tegen externe systemen, maar vooral een innerlijke strijd: hoe laat ik mijn verleden achter? Hoe omarm ik vergeving? Hoe kies ik voor een nieuw leven?
Spirituele groei betekent niet dat je onmiddellijk perfect wordt, maar dat je leert omgaan met je passies en ze in dienst stelt van Gods wil
Ignatius’ eigen reis laat zien dat bekering niet in een oogwenk plaatsvindt, maar een proces is van vallen en opstaan. Een treffend voorbeeld hiervan is de anekdote waarin Ignatius overweegt een moslim te doden die Maria beledigt, en dit besluit uiteindelijk overlaat aan de richting die zijn ezel kiest. Dit is een voorbeeld van hoe zelfs een heilige worstelt met agressie en de drang tot wraak. Dit besef kan gedetineerden helpen: spirituele groei betekent niet dat je onmiddellijk perfect wordt, maar dat je leert omgaan met je passies en ze in dienst stelt van Gods wil.
Binnen de gevangenis kan de spiritualiteit van Ignatius een weg bieden naar innerlijke vrijheid. Een van de centrale principes van deze spiritualiteit is het zoeken en vinden van God in alle dingen — zelfs in de meest duistere omstandigheden. Gedetineerden kunnen leren dat hun huidige situatie niet het einde hoeft te zijn, maar een nieuw begin kan markeren.
Maar als Ignatius ons iets leert, dan is het dat zelfs de diepste val een opstap kan zijn naar heiligheid
Het gebed van het Jubeljaar herinnert ons hieraan: Moge uw genade ons onvermoeibaar maken in het zaaien van evangelische zaden die de mensheid en de kosmos van binnenuit omvormen. Justitiepastoraat is niets anders dan dit: het zaaien van evangelische zaden. We werken met mensen die vaak worstelen met schuld, schaamte en een verleden dat hen achtervolgt. Maar als Ignatius ons iets leert, dan is het dat zelfs de diepste val een opstap kan zijn naar heiligheid.
Ook binnen het Platform voor ignatiaanse spiritualiteit denkt een groep justitiepastores en andere professionals uit Nederland en België na over hoe de ignatiaanse spiritualiteit kan worden ingezet in het gevangenispastoraat. Bijvoorbeeld door retraites en cursussen aan te bieden, die gedetineerden helpen hun innerlijke strijd te begrijpen en hun leven opnieuw vorm te geven in het licht van Gods genade. Dit sluit perfect aan bij het verlangen van het Jubeljaar: Moge de genade van het Jubeljaar in ons, pelgrims van hoop, een verlangen doen herleven naar de schatten van de hemel.
Gedetineerden bevinden zich in een existentiële woestijn, maar ook in een ruimte van mogelijkheid. De gevangenis kan een pelgrimsoord worden waar zij, net als Ignatius, tot stilstand worden gebracht en een nieuw pad ontdekken.
Foto door Gift Habeshaw via Unsplash