Guido Dierickx sj maakt in het boek America, A New History of the New World kennis met Bartholomé de las Casas, een voormalig slaveneigenaar die dominicaan werd en daarna alle middelen aangreep om de misstanden van de kolonisten aan de kaak te stellen.
Al gehoord van Bartholomé de las Casas? Die Dominicaan die in 1550 tijdens een groot publiek debat in Valladolid de rechten van de Zuid-Amerikaanse indianen verdedigde tegen hun uitbuiting door Spaanse (en andere) kolonisatoren.
Maar er is over hem veel meer te vernemen. De eerste hoofdstukken van het recent verschenen monumentale werk van Greg Grandin (America, América. A New History of the New World, Penguin Press, New York, 2025) zijn grotendeels aan hem gewijd. En het is te begrijpen waarom.
Bartholomé was de man die naar alle geestelijke en politieke middelen zou grijpen om zaken recht te zetten
De las Casas was niet de eerste en de enige om geschokt te worden door de brutale uitbuiting van de inheemse bevolking van Hispaniola (nu de Dominicaanse Republiek en Haïti). De Dominicaan Montesinos was hem daarin voorgegaan, o.a. door een ophefmakende preek in de kathedraal. En ook die stond niet alleen, gesteund als hij werd door een aantal geestelijken. Bartholomé was echter wel de man die, vanaf zijn jeugd tot aan zijn levenseinde, naar alle geestelijke en politieke middelen zou grijpen om zaken recht te zetten. Uit zijn levensschets is veel te leren over de verhouding tussen geloofsgemeenschap en slavernij.
Aanvankelijk was de las Casas zelf ook een kolonist op Hispaniola, de bezitter van een landgoed waarop Indianen als dwangarbeiders, zeg maar als slaven, werkzaam waren. Maar dat was voor zijn bekering die hem ertoe leidde zijn “encomienda” op te geven, zijn slaven vrij te laten, priester te worden en uiteindelijk in te treden bij de Dominicanen. Zijn latere optreden steunde onder meer op de inzichten die hij opdeed aan de universiteit van Salamanca en die, dankzij de eminente professor de Vitoria, een intellectuele revolutie zouden meebrengen. De Vitoria betwistte immers het recht van Europese monarchen om het land van Indiaanse volkeren in bezit te nemen en wordt wel eens de grondlegger van het internationaal recht genoemd. Nee, de toenmalige katholieke gemeenschap was niet geheel ongevoelig voor de wantoestanden in de Nieuwe Wereld.
De las Casas is zelf de academische debatten niet uit de weg gegaan. Dat kon hij niet omdat de conquistadores en de kolonisten hun eigenbelang verdedigden met intellectuele argumenten die de basis vormden van een ware ideologie. De indianen zouden geen mensen zijn of althans niet meer dan minderwaardige mensen. Zij zouden niet in staat zijn om het land te bebouwen en om geordende samenlevingen met een recht op eigendom te organiseren. Slechts onder de dwang van de slavernij zouden zij ooit misschien wat meer mens en zelfs christen kunnen worden.
Dergelijke denkbeelden heeft de las Casas bestreden in tal van debatten en geschriften. Grandin laat opmerken, en dat is één van de belangrijkste punten van zijn betoog, dat in Spaans Amerika dergelijke debatten schering en inslag waren en niet in Anglo-Saksisch Amerika. Zij hebben een sediment van juridisch denken nagelaten dat er later toe geleid heeft de indianen en andere minderheden een zekere, zij het voorlopig ondergeschikte, plaats te geven in de samenleving. Dat is veel minder gebeurd in Noord-Amerika. Daar werd de inheemse bevolking steeds verder verdreven naar het Westen (of uitgemoord).
Het gebeurde wel eens dat de las Casas gelijk kreeg en mocht rekenen op de steun van politieke en kerkelijke overheden. Even mocht hij zelfs een eigen kolonie stichten waar zijn humanitaire opvattingen zich konden ontplooien. Maar wetten en decreten hadden op dit terrein weinig effect. De onwil van de kolonisatoren was te groot. En de Spaanse monarchen hadden een te grote behoefte aan het zilver uit de Nieuwe Wereld om die onwil te blijven trotseren. Naar het einde van zijn leven toe heeft hij ingezien dat hij niet kon blijven rekenen op afdoende politieke steun. Daarom legde hij zich toe op het schrijven van voorschriften voor biechtvaders. Die moesten hun biechtelingen herinneren aan de misdaden die zij als conquistador of kolonist gepleegd hadden. Zij moesten die goedmaken als zij de absolutie wilden krijgen. Een aantal rouwmoedige biechtelingen heeft inderdaad een poging gedaan tot schadevergoeding. Maar natuurlijk te weinig en te laat.
In Latijns-Amerika wordt de las Casas vernoemd als een inspirator van de bevrijdingstheologie
Dat betekent niet dat de las Casas vergeten werd. In Latijns-Amerika wordt hij vernoemd als een inspirator van de bevrijdingstheologie. Zou hij geen goede patroonheilige zou zijn voor katholieke politici, voor mensen die meer willen doen voor de verschoppelingen van deze aarde dan louter caritatief werk? Petrus Claver, in de eerste helft van de 17de eeuw in Columbia werkzaam onder de slaven, is al lang heiligverklaard. Waarom de las Casas niet? Gelukkig mag ik aanstippen dat het proces van zijn zaligverklaring onlangs werd ingeleid.
