Hoe ongelooflijk zou het zijn als iemand de blinde man die Agnes Pas ontmoette het licht in de ogen zou kunnen teruggeven? Dat kunnen we niet, maar misschien kunnen we wel meer genezend met elkaar omgaan?
Aan de andere kant van de weg stapte een man naar me toe. Eerst zag ik een vage gestalte, maar dan zag ik het duidelijk. We liepen allebei, zoals het hoort, tegen de rijrichting in, netjes aan de kant van de weg. Toen hij me kruiste, zag ik dat de man blind was. Hij was voorzien van een witte stok en een hond die hem begeleidde. We liepen elkaar in stilte voorbij. De hond was heel onopvallend en liep dicht bij zijn baasje. Verder was er niemand op de weg.
Ik vroeg me af of de man bij het voorbijgaan iets van een aanwezigheid had gevoeld. Onbewust deed ik nadien even mijn ogen dicht en ik voelde onmiddellijk een grote onzekerheid bij het stappen. Het is moedig om je als slechtziende op weg te begeven voor een flinke wandeling.
Sindsdien is er een vorm van verbinding en ben ik geen waarnemer meer
Enkele dagen later ontmoette ik de man opnieuw. Ongeveer op dezelfde plaats draaide hij de weg op. Deze keer hoorde ik mezelf zeggen: ‘Goeiemorgen’. Onmiddellijk werd mijn groet beantwoord met een warme diepe stem die zei, ’Goeiemorgen mevrouw’. Ik was verrast. Sindsdien is er een vorm van verbinding en ben ik geen waarnemer meer.
Ik ken enkele mensen die blind zijn en het ongelooflijk goed doen in het leven. Ze lijken tevreden en hebben hun plaats gevonden. Meer nog, sommigen laten een veerkracht en vreugde zien, die je niet voor mogelijk acht.
Ik ken ook slechtziende mensen bij wie het veel moeilijker gaat. Als niet alleen het zicht het laat afweten, maar als dit samengaat met enkele andere medische beperkingen, dan is het aartsmoeilijk om elke dag positief in het leven te staan.
Ik kan me de vreugde voorstellen van de wanhopige, blinde man uit het bijbelverhaal die door Jezus wordt genezen.
‘Een blinde man kwam smekend naar Jezus toe, en Jezus vroeg: ‘Wat kan ik voor je doen?’ De blinde man antwoordde: ‘Heer, ik wil weer kunnen zien.’ Jezus zei: ‘Kijk om je heen! Je bent genezen.’ ( naar Lucas 18, 35-43)
Wie ziende is, kan zich nauwelijks voorstellen wat het is elke dag in duisternis te leven. Geen licht, geen zon, geen kleuren, geen gelaatsuitdrukkingen. Ook zijn we er ons weinig van bewust hoeveel obstakels mensen die anders zijn, of mensen met beperkingen moeten trotseren om het leven als een geschenk te ervaren.
Hoe ongelooflijk zou het zijn als iemand de blinde man die ik ontmoette het licht in de ogen zou kunnen teruggeven? Dat kunnen we niet, maar misschien kunnen we wel meer genezend met elkaar omgaan?
Franciscus van Assisi is daarvoor een inspirerend voorbeeld. De rijke, jonge man is in een crisis geraakt. Kan hij nog langer zorgeloos en kwistig het geld van zijn vader erdoor jagen? Buiten de stad in een kolonie van melaatse mensen zag hij de uitgestotene, de afgewezene, de miskende mens.
Heel dikwijls is hij er te paard voorbij gereden, zonder zich te laten raken. Vol walging was hij zelfs, bang om zelf besmet te worden. En dan op een dag ziet hij plots de mens langs de weg als een medemens. Hij ziet het hulpeloze gelaat van de andere en alle schrik en schroom vallen van hem af. Hij stapt af, knielt en geeft de melaatse de volle erkenning van zijn menselijk bestaan. Hij omhelst hem.
Het verwarmt mijn hart als mensen me even begroeten
Op dat ogenblik verandert alles. Het is het begin van zijn eigen genezing en bekering en voor de melaatse het begin van een nieuw leven in waardigheid.
Zo was ook mijn begroeting van de blinde man onderweg een heel kleine overwinning. Genezing bracht het niet, maar er was een gebaar van diep respect en waardering. In een kort gesprekje later zei hij: “Het verwarmt mijn hart als mensen me even begroeten. Ik voel ze wel, maar meestal groeten ze niet”
Foto door MART PRODUCTION