Bij het begin van het nieuwe jaar denkt Jan Stuyt na over geschenken die hij kreeg van de armen. Eén verhaal raakte hem diep: het meisje dat wel op de foto wilde, maar alleen bij de bloemen.
Een jaar of twintig geleden bezocht ik een vluchtelingenkamp in Ethiopië. Het had te maken met mijn werk voor de Jesuit Refugee Service.
Een meisje van een jaar of tien trok mijn aandacht. Ik vroeg haar of ik een foto mocht maken. Ze zei: Ja, maar wel daar bij de bloemen. Dat antwoord raakte me zo diep dat ik het nooit ben vergeten.
Ze nam de vrijheid om te kiezen voor schoonheid
Ze nam, arm en klein als ze was, de regie over. Wat een lef, wat een besef van eigenwaarde. Daar staat een mijnheer uit een rijk land die in zijn rugzakje meer van waarde heeft dan jouw familie in hun hele huis. Hij heeft bovendien een fototoestel. Hij wil van jou een foto maken. En dan zegt ze, ja dat is goed, maar wel bij de bloemen.
In de gierende armoede van kierende hutten, veel te kleine voedselrantsoenen en onverharde modderpaden nam ze vrijheid om te kiezen voor schoonheid. Ik was overweldigd door de waardigheid die ze uitstraalde in haar antwoord. Pas nadat ik de foto genomen had bij de bloemen voor de hut van de buren zag ik dat ze niet alleen was, ze had een jonger broertje op haar rug gebonden.
(tekst gaat door onder foto)

Ik vertel dit verhaal altijd wanneer ik mensen inleid in het Katholiek Sociaal Denken, of als ik iets mag vertellen over het werk van de Jesuit Refugee Service. Eén van de beginselen van het Katholiek Sociaal Denken is de waardigheid van de mens. Dat meisje laat het zien. Andere uitgangspunten zijn solidariteit en het Bonum Commune, dat is het algemeen welzijn dat gaat vóór het botte eigenbelang.
Nu het nieuwe jaar begint, en we uitkijken naar het programma van de nieuwe Nederlandse regering hoop ik oprecht dat iets – of liever, heel veel – van die beginselen vertaald kan worden in beleid: de waardigheid van de mens, het algemeen welzijn en de solidariteit met de armen in binnen- én buitenland.
Van diaconale werkers in het Bisdom Haarlem leerde ik laatst een nieuw woord. Ze zeggen dat wij in ons werk niet zozeer hulpverleners moeten zijn maar hoopverleners. Mooi gezegd: hoopverleners.
Bij een echte ontmoeting worden de rollen ook omgedraaid en geven we elkaar over en weer het geschenk van waardigheid en hoop
Dat is mijn wens bij het begin van 2026, voor beleidsmakers en maar ook gewoon voor iedereen die buren heeft of collega’s of leerlingen: dat we hoopverleners zijn, die de ander zien staan en dat we ons laten verrassen door degene die we eerst als zwakke zagen, iemand die alleen maar kon bedelen om eten of aandacht.
Het mooiste is: die hoopverleners dat zijn niet alleen de hulpverleners. Bij een echte ontmoeting worden de rollen ook omgedraaid en geven we elkaar over en weer het geschenk van waardigheid en hoop. Goud, wierook en mirre heb ik meestal niet bij me als ik op bezoek ga. Degene bij wie ik op bezoek ga evenmin. Waardigheid en hoop heb ik vaak mogen vinden. We worden er allemaal beter van.