Elsbeth Gruteke is niet goed in wachten. Afgelopen jaar kreeg ze er een nieuwe leermeester bij: kanker. Ze vindt hulp bij wachtende mensen uit de Bijbel en bij gelovigen uit het verleden.
Wachten is niet iets waar ik goed in ben. Als ik in een winkel een paar mensen voor mij heb, en het gaat erg langzaam, loop ik de winkel weer uit. In een rij moeten staan om een concert- of theaterzaal binnen te gaan, het roept veel ongeduld bij mij op. Een trein met vertraging vind ik ronduit irritant. Ik ben niet alleen in mijn ongeduld. We leven in een samenleving van haast, van snel, van weinig mededogen met de langzamen.
Hoe zal dat wachten zijn geweest voor de mensen die van Jezus hielden?
Dit is de tijd tussen Pasen en Pinksteren. Jezus is opgestaan uit de dood. Hij is op verschillende momenten verschenen aan zijn leerlingen. Daarna is Hij teruggegaan naar de hemel. Jezus is niet meer op aarde maar Hij heeft beloofd dat Hij de trooster zal zenden, Zijn Geest, de Heilige Geest. Dat gebeurt ook, maar niet meteen. Er moet nog even gewacht worden. Hoe zal dat zijn geweest voor de mensen die van Jezus hielden, voor zijn leerlingen, voor zijn familie, voor iedereen die Hem graag nog wat langer in levenden lijve bij zich zou hebben gehad? Hoe zou het wachten hen zijn vergaan? Waren ze vol geduld, vonden ze dat het lang duurde, bleven ze er nog in geloven?
Sinds vorige zomer weet ik dat ik een ernstige ziekte heb, leverkanker. Het afgelopen jaar was voor mij gevuld met een kennismaking met de wereld van ziekte. Dat blijkt een parallelle wereld te zijn naast de wereld van de gezondheid, waar ik tot dan toe in leefde. Een wereld vol met medische afspraken, vol met goede zorg en zorgzame mensen, vol met liefde, vol met zorgen en pijn. Ook een wereld die draait om wachten. Wachten op de uitslag van een scan, wachten op een operatie, wachten op een dokter, wachten op een antwoord op de vraag of ik beter ga worden of ga sterven. Ik heb het moeten leren, ik ben het nog steeds aan het leren. Mijn ongeduld is er nog altijd maar door de ziekte heb ik veel kunnen oefenen in het wachten. Op zoek naar hulp vond ik die bij de wachtende mensen in de Bijbel en bij mensen uit het verleden en het heden die Jezus volgen en vertellen over hun leven met Hem.
Blijf tijdens het wachten niet stilzitten maar vertel over mij
In deze periode van het kerkelijk jaar wachten christenen op de komst van de Heilige Geest. In de adventstijd wachten we op de geboorte van Jezus. In de veertigdagentijd wachten we op de opstanding. Op andere plaatsen in de Bijbel wacht Hanna op de geboorte van een kind, Sara zit in dezelfde positie. Israël wacht op verlossing als de ene na de andere onderdrukker het land in de greep houdt. Jezus zelf wacht op het moment waarop Hij zijn werk kan beginnen en Hij wacht op de wil van de vader. Aan het einde van alle vier de evangeliën, als Jezus voor het laatst aan zijn discipelen verschijnt en naar de hemel gaat, of bij Johannes als Hij in gesprek gaat met Petrus, geeft hij een opdracht aan zijn volgelingen mee. Een opdracht die ik lees als, blijf tijdens het wachten niet stilzitten maar vertel over mij. De discipelen worden uitgedaagd om niet lijdzaam af te wachten tot de belofte over de komst van de Heilige Geest vervuld wordt, maar ze worden de wereld ingezonden om te getuigen van wat ze weten en hebben meegemaakt met Jezus. Om iets te delen van wie Hij is.
De wachtende mensen in de Bijbel helpen mij bij mijn eigen wachten. Ook in de lange stoet van gelovigen door de geschiedenis heen kom ik mensen tegen die mij daarbij helpen. Ze leren mij hoe je dat doet, wachten. Ze laten mij ook hun menselijkheid zien. Het ongeduld van Petrus die na de opstanding van Jezus maar weer terugkeert naar wat hij kent, vissen. En die dan ontdekt dat alles door Jezus’ leven, sterven en opstanding veranderd is. Theresia van Lisieux die een zware ziekte moet dragen en weet dat zij wacht op de dood. En zo zijn er veel meer inspirerende gelovigen. Ignatius nodigt ons uit om met Jezus te spreken als een vriend. In de geestelijke oefeningen worden we aangespoord om met mensen in de Bijbel, en met anderen, in gesprek te gaan. Mijn wachttijd wordt dragelijker als ik dat doe. Dat begint met een vraag aan Jezus: Hoe heeft u dat gedaan, dat eindeloze wachten, die onzekerheid? En dan luisteren naar het antwoord. Echt geduldig zal ik wel nooit worden maar ik kan wel wachten, luisteren en mij door Jezus de wereld in laten zenden.
Wacht op de Heer, zijn dag is nabij. Wacht op de Heer, houdt moed. Hij komt! (Lied uit Taizé)
Foto door Joao Vitor Marcilio via Unsplash