De afgelopen jaren ziet vader Meletius Weber iets opmerkelijks: een gestage stroom jonge mensen – vooral jongens – die de weg naar zijn kerk, de Orthodoxe parochie Heilige Nikolaas van Myra in Amsterdam, weet te vinden. Sommigen komen elke week. Sommigen komen en gaan. Sommigen komen één keer en nooit meer. Maar ze blíjven komen.
Hun komst is tegelijk een geschenk en een uitdaging. Een geschenk, omdat het laat zien dat er iets in hun hart in beweging is. Een uitdaging, omdat hun vragen, verwachtingen en worstelingen niet altijd gemakkelijk zijn om mee om te gaan.
Terwijl ik naar hen luisterde, begon ik drie soorten zoekers te herkennen
Waarom komen ze? Zelden om één reden. Sommigen dragen een diep verlangen in zich dat ze nauwelijks kunnen benoemen – een zoektocht naar verbondenheid, naar betekenis, naar erkenning. Sommigen worstelen met identiteit of seksualiteit. Anderen zijn bang voor de toekomst. Weer anderen zijn gewoon nieuwsgierig: Is dit een veilige plek? Is hier iets wat mij kan helpen?
Terwijl ik naar hen luisterde, begon ik drie soorten zoekers te herkennen.
Ik herinner me een jongen die met zijn Bijbel stevig onder zijn arm binnenkwam. Hij had heel veel online gelezen en wilde zeker weten dat onze kerk de ware kerk was. Wat hij het meest verlangde, was zekerheid – een duidelijk schema van goed en fout, waar en onwaar. Hij wilde dat alles precies uitgelegd werd, zodat hij kon voelen dat hij de juiste antwoorden had – en, als hij eerlijk was, dat hij zich beter kon voelen dan anderen. Maar de waarheid is: hij was bang. Hij zocht zekerheid om zijn twijfels te verdrijven.
Zekerheid kan voelen als controle – en controle kan voelen als veiligheid. Maar geen van beide is hetzelfde als geloof. Het kostte tijd voordat hij begreep dat geloof niet gebouwd wordt door discussies te winnen, maar door te leren leven in relatie met God. Hij ontdekte uiteindelijk dat zekerheid en waarheid niet hetzelfde zijn.
Een andere jongen kwam huilend naar me toe. Zijn relatie was net voorbij en hij was totaal van slag. Hij bad – maar voelde niets. Hij zei: “Ik denk dat mijn geloof weg is.” Voor hem waren gevoel en geloof met elkaar verstrengeld. Als hij zich geïnspireerd voelde, dacht hij dat zijn geloof sterk was. Als hij niets voelde, dacht hij dat het geloof verdwenen was. We spraken erover dat gevoel is als het weer – wolken, zon, regenbuien, steeds veranderend. Geloof is meer als de grond onder je voeten – vast, aanwezig, betrouwbaar, ook als je het niet merkt. Langzaam begon hij te zien dat geloof niet verdwijnt alleen maar omdat de gevoelens stil zijn geworden.
Deze jongen kwam eigenlijk per ongeluk binnen. Hij zocht geen leer, en ook geen emotionele ervaring. Hij was gewoon nieuwsgierig – even de tenen in het water van religie steken om te voelen hoe het is. In het begin werd hij vooral geraakt door de buitenkant: de rituelen, de kaarsen, de manier waarop mensen samen stonden en baden. Hij zei eens: “Ik weet niet of ik dit allemaal geloof, maar het voelt wel goed.” Langzaamaan werd het uiterlijke iets diepers. Hij begon tijdens het gebed een stille aanwezigheid te ervaren. Hij stelde vragen – niet alleen over religie, maar over spiritualiteit. En op een dag zei hij iets wat me bijgebleven is: “Eerst dacht ik dat religie alleen maar regels en symbolen was. Maar nu denk ik dat het misschien een manier is om echt te worden.”
Is dat niet wat we allemaal zoeken – een manier om echt te worden?
Dit artikel is een bewerking van een lezing van Vader Meletios Webber
Foto: Nathalia Schokking