Een gestage stroom jonge mensen – vooral jongens – vindt de weg naar de Orthodoxe parochie Heilige Nikolaas van Myra van vader Meletios in Amsterdam. Hij vertelt over de gevaren waar jongeren tegen aan lopen en hoe hij hen begeleidt.
We verlangen allemaal naar waarheid – maar ook naar een waarheid die past bij wat we al denken. Zo kan een jongere die in mijn kerk komt zeggen: “Ik wil graag advies – en dit is het advies dat ik van je wíl horen.” Wat zeg ik dan?
Als we alleen geven wat ze willen horen, helpen we ze niet om te groeien
Als we alleen geven wat ze willen horen, helpen we ze niet om te groeien. En als we te hard duwen, sluiten we misschien de deur. De kunst is: de waarheid zacht te spreken, en met compassie luisteren. Jonge mensen testen ons, vaak zonder het te bedoelen. ‘Hoor je me zonder te oordelen? Daag je me uit zonder me kapot te maken? Blijf je naast me lopen, ook als ik nog niet weet waar ik heen ga?’
Jongeren zoeken ook online naar antwoorden en helaas wordt de orthodoxie daar vaak niet goed gepresenteerd. De stemmen zijn luid en dagen uit om partij te kiezen. Onze jongeren hebben vaak nog niet de vaardigheden om te onderscheiden welke stemmen te vertrouwen zijn. Extremisme kan aantrekkelijk lijken voor wie verlangt naar duidelijkheid: helden en vijanden, goed en fout. Dat voelt veilig, maar het is een gevaarlijke illusie — want zodra je in dat schema stapt, gaat compassie eruitzien als zwakte, en liefde als compromis.
Sommige zielen moet je niet overtuigen, maar beschermen
Ongeveer een jaar geleden werd een jonge man uit onze parochie meegesleurd door een extreme groep die zich “orthodox” noemde. Ik wou dat ik hem had kunnen beschermen, maar hij wist niet eens dat hij bescherming nodig had. Ik vrees dat ze hem blijvende schade hebben toegebracht. Sommige zielen moet je niet overtuigen, maar beschermen. Soms is onze taak niet om te discussiëren, maar om te waken — om de vlam van nederigheid te beschermen tegen de winden van zekerheid en angst.
Er is nog een andere invloed bij jonge mannen: de zogenaamde ‘manosphere’, in orthodoxe kringen soms “orthobros” genoemd. Zij bekeren zich tot of voelen zich sterk aangetrokken tot de oosters-orthodoxe kerk, en dragen hun geloof online uit op een nogal harde, militante of masculiene manier. Sommige van die stemmen spreken over kracht en verantwoordelijkheid — dingen die kunnen resoneren met het christelijke leven. Maar er zijn ook donkere stemmen: wantrouwig, bitter, gebaseerd op angst in plaats van liefde. Hier moeten we helder zijn: de Kerk is conservatief in de mooiste zin — ze bewaart wat heilig is — maar is niet reactionair. De Kerk richt zich altijd op het Koninkrijk. Het is niet onze taak deze jonge mannen te veroordelen, maar hen te helpen van ideologie naar ontmoeting te gaan: ware kracht ligt niet in overheersing maar in transformatie, niet in boven anderen staan maar naast hen. We hoeven hun passie niet te vrezen. Zoals Saulus’ ijver Paulus’ liefde werd, kan hun boosheid toewijding worden.
Een gezonde kerk is een lichaam. Jonge mensen hebben zowel leeftijdsgenoten nodig als ouderen die hun eigen strijd kennen en zo geestelijke vaders en moeders kunnen zijn. Met acceptatie zonder toegeeflijkheid, met waarheid zonder starheid, wordt geloof iets wat ze kunnen zien. Het is niet alleen maar regels, en ook niet enkel gevoel, maar een relatie met God. Geleefd samen met anderen. En de jongeren komen niet alleen om te ontvangen — ze houden ons ook een spiegel voor, want ook wij zoeken soms liever geruststelling dan waarheid. Ze herinneren ons eraan hoe het voelt om op de drempel van het geloof te staan – met al zijn onzekerheid en hoop. Zo worden zij ook onze leraren.
We bieden hun wat Christus ons biedt: een manier van leven die niet bang is voor waarheid en niet bang is voor liefde.
Hoe reageren we op deze jongeren? We verwelkomen hen, luisteren, spreken eerlijk — en weerstaan zowel de verleiding hen naar de mond te praten als hen het zwijgen op te leggen. We bieden hun wat Christus ons biedt: een manier van leven die niet bang is voor waarheid en niet bang is voor liefde.
Het leven van geloof is als een kind dat leert lopen: het klampt zich vast, waagt wankele pasjes, valt. De ouder zegt niet “kom terug als je het kunt”, maar houdt de armen open: “kom maar hier.” Zo ontvangt God ons — en zo worden wij geroepen deze jonge mensen te ontvangen, niet door perfectie te eisen, maar door hun eerste onzekere stappen te blijven aanmoedigen. En misschien vooral: we laten hen ons eraan herinneren dat geloof zelf altijd opnieuw begint – voor hen, voor ons, voor de hele Kerk. Elke nieuwe komst is een nieuwe kans om opnieuw te ontdekken wat het betekent om Christus te volgen – samen, als één lichaam, altijd opnieuw beginnend.
Foto: Natalia Schokking