Hier, in de buurt van de universitaire campus, lijkt het er nog normaal aan toe te gaan. Jongens en meisjes lopen samen, dikwijls hand in hand, door de straten. Zo was het toen Françoise Hardy een groot succes haalde met haar chanson: “Tous les garçons et les filles de mon âge se promènent dans la rue deux par deux.” Maar als we op de statistieken mogen afgaan, is er sindsdien iets veranderd.
De aankomende generaties gaan later een vaste relatie aan en treden later in het huwelijk. Vaker dan vroeger vinden ze niet eens een vaste vriend of partner. Dat wisten we al. Maar nu komt daar nog bij dat meer jongeren zo’n vaste relatie niet meer verhopen en zelfs niet meer wensen. Tussen meisjes en jongens is er, meer dan vroeger, een sociale afstand gegroeid die niet meer door de natuurlijke aantrekkingskracht tussen de geslachten overbrugd wordt.
De ernst van dit verschijnsel laat zich raden. Eerst op het stuk van de geboortecijfers. Die liggen in een aantal economisch ontwikkelde landen ver onder wat nodig is om de bevolking op peil te houden en om die niet al te zeer te laten verouderen. Sommige waarnemers vinden dit geen dramatisch probleem. Zijn we al niet met te veel mensen op onze kleine planeet? Maar die onderschatten de dreiging die uitgaat van deze demografische tendens.
Het is niet goed voor de mens om alleen te zijn
Laten we echter stilstaan bij een ander, minder onderkend gevolg van dit verschijnsel: de onvrede die voortvloeit uit deze vervreemding tussen meisjes en jongens. Onder hen, vooral onder de meisjes, zijn er die zich best menen te kunnen vinden in een celibatair bestaan. Maar de meesten beseffen maar al te goed dat zij zo een grote bron van geluk in het leven zullen missen. Het gezinsleven mag dan al niet altijd een hemel op aarde zijn, doorgaans blijken mensen met een gezinsleven gelukkiger dan mensen zonder. Komt daarbij dat een teveel van die onbevredigde mensen niet goed is voor de kwaliteit van andere aspecten van het menselijk samenleven, bijvoorbeeld inzake recht en orde. Nee, het is niet goed voor de mens om alleen te zijn.
Veel wijst erop dat dit alles iets te maken heeft met de emancipatiebeweging bij jonge vrouwen. Die hebben nu, veel meer dan vroeger, de mogelijkheid en ook de ambitie om zelfstandig in het leven te staan. Een heel begrijpelijke ambitie is dat. De maatschappelijke ontwikkeling maakt het vrouwen mogelijk hun natuurlijke talenten beter te verzilveren, b.v. in het onderwijs waar ze hun vroegere achterstand meer dan goedmaken. Op zich is dat niet problematisch, integendeel.
In het publieke discours over de relatie tussen mannen en vrouwen is er iets toxisch ingeslopen
Problematisch wordt het pas wanneer het erop aan komt voor de achterstelling van de vrouwen een adequaat beleid te voeren. Dikwijls dringen de emancipatoren aan op maatregelen die neerkomen op positieve discriminatie: ten minste zo veel procent vrouwen in de beheerraad, in het parlement enzovoort. Maar dat betekent tevens een negatieve discriminatie voor mannen. Die kunnen zich beroepen op het principe van de meritocratie en zullen dergelijke maatregelen al gauw bestempelen als “woke”. En die zullen het niet bij woorden laten. De statistieken zeggen ons dat zij meer geneigd zijn voor conservatief rechts te stemmen, terwijl jonge vrouwen meer neigen naar progressief links. Alvast in de VS heeft Trump kiezers verloren bij de vrouwen maar gewonnen bij de mannen.
Kortom, in het publieke discours over de relatie tussen mannen en vrouwen is er iets toxisch ingeslopen. Er zijn nog altijd gebieden van het samenleven waar ongelijkheid als natuurlijk erkend wordt: in het leger meer mannen bij de paracommando’s, in de kinderkribbes meer vrouwen onder de verzorgenden. Maar elders laat het principe van de meritocratie zich gelden. Is het aanvaardbaar dat een benoeming tot een ambt dit jaar een vrouw moet zijn omdat het vorige jaar een man was? Het zal moeilijk zijn om dit principe niet te laten aantasten door het revanchisme van de enen (de harde feministen) en door de reactie daarop van de anderen (de conservatieve mannen).
In onze kerkgemeenschap zou die nefaste tendens van actie en reactie niet mogen meespelen
In onze kerkgemeenschap zou die nefaste tendens van actie en reactie niet mogen meespelen. Zou zij in deze het voortouw kunnen nemen? Als dat voorlopig te veel gevraagd is, zouden de gelovigen elkaar dan als evenwaardig kunnen beschouwen?
Foto door Daniil Onischenko via Unsplash