Daniel Izuzquiza Regalado SJ is directeur van de Jezuïetendienst voor Migranten (SJM-Almería). Hij vertelt hoe de Spaanse samenleving in de afgelopen twintig jaar ruim twee miljoen migranten toeliet én toch veerkrachtig bleef. Wat kan Europa leren van wat ook wel het Spaanse wonder wordt genoemd?
Te midden van een Europa waar migratie steeds vaker het voorwerp is van politieke polarisatie, lijkt Spanje lange tijd een uitzondering te zijn geweest. Ruim twee miljoen mensen bouwden er in de laatste twee decennia een nieuw bestaan op terwijl het maatschappelijke weefsel opmerkelijk veerkrachtig bleef. Dat roept een fundamentele vraag op: hoe is Spanje erin geslaagd een zo ingrijpende demografische verandering op te vangen zonder dat het samenleven ontspoorde?
De integratie voltrok zich niet volgens een vooraf uitgestippeld plan, maar kreeg gestalte in scholen, buurten, werkplaatsen en gezondheidscentra
Het zogenaamde Spaanse wonder berust niet op een uitzonderlijk migratiebeleid. Het groeide veeleer vanuit de dagelijkse praktijk van het samenleven. Vanaf het einde van de jaren negentig kende Spanje een ongeziene instroom van migranten, aangetrokken door een bloeiende economie en een grote vraag naar arbeidskrachten in de bouw, de landbouw, de zorg en de dienstverlening. De integratie voltrok zich niet volgens een vooraf uitgestippeld plan, maar kreeg gestalte in scholen, buurten, werkplaatsen en gezondheidscentra. Mensen ontmoetten elkaar in het gewone leven, lang voordat de politiek woorden vond om die nieuwe werkelijkheid te beschrijven.
Die maatschappelijke integratie bleek opmerkelijk sterk. Zelfs na de financiële crisis van 2008 en de coronapandemie bleef de buitenlandse bevolking toenemen en verwierven miljoenen mensen de Spaanse nationaliteit. In tegenstelling tot veel andere Europese landen werd migratie gedurende lange tijd geen centraal strijdpunt van de politiek. Achter die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid ging echter een fundamentele spanning schuil.
(tekst gaat door onder foto)

Het migratiebeleid bleef immers grotendeels gericht op de controle van grenzen, verblijfsvergunningen en administratieve procedures. Terwijl de samenleving nieuwkomers opnam, bleef de juridische erkenning van hun plaats vaak achterwege. Vele migranten werkten, betaalden belastingen, voedden kinderen op en namen actief deel aan het maatschappelijke leven, maar leefden jarenlang in administratieve onzekerheid. Om dat te corrigeren waren er zogeheten regularisatiecampagnes. Bij de laatste begin 2026 kregen ruim een half miljoen migranten de Spaanse nationaliteit. Deze campagne kwam er mede vanwege een breedgedragen burgerinitatief met meer dan 700.000 handtekeningen. Deze campagnes waren geen uitzonderingen op het systeem, maar pogingen om de kloof tussen maatschappelijke werkelijkheid en juridische erkenning tijdelijk te dichten.
Lange tijd bleef die spanning grotendeels onzichtbaar. Het dagelijkse samenleven verliep overwegend vreedzaam, ondanks reële vormen van ongelijkheid en discriminatie. De economische crisis van 2008 bracht daarin verandering. Toen bestaansonzekerheid en sociale kwetsbaarheid toenamen, vonden simplistische verklaringen steeds gemakkelijker gehoor. Migratie werd meer en meer voorgesteld als de oorzaak van problemen die in werkelijkheid veel dieper wortelden.
De voorbije jaren lijkt een nieuwe fase te zijn aangebroken. Niet alleen worden vijandige discoursen luider, ook de grenzen verschuiven van wat maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Geweld tegen migranten, bestuurlijke maatregelen die uitsluiting normaliseren en groeiend verzet tegen initiatieven van solidariteit zijn meer dan afzonderlijke incidenten. Zij wijzen op een verandering van het publieke klimaat, waarin de waardigheid van de ander steeds minder vanzelfsprekend wordt verdedigd.
Niet alleen het migratiebeleid staat op het spel, maar ook het verhaal dat een samenleving over migratie vertelt. Wie migranten uitsluitend beschouwt als een bedreiging, als slachtoffers of als economische instrumenten, verarmt de werkelijkheid en tast uiteindelijk ook het democratische samenleven aan.
(tekst gaat door onder foto)

De werkelijke kracht van de Spaanse samenleving ligt in wat Daniel Izuzquiza Regalado sj de “gouden draad van de gastvrijheid” noemt. In buurten, scholen, geloofsgemeenschappen, verenigingen en talloze lokale initiatieven bouwen mensen elke dag opnieuw aan ontmoeting, vertrouwen en wederzijdse zorg. Daar krijgt samenleven een gezicht.
Misschien is dat wel de belangrijkste les die Spanje Europa aanreikt. Democratische samenlevingen worden niet alleen gedragen door wetten, instellingen en beleid. Zij leven evenzeer van de verhalen die mensen over elkaar vertellen en van de dagelijkse keuzes waarmee zij elkaars waardigheid erkennen. Gastvrijheid is dan geen uitzonderlijk gebaar, maar een fundamentele voorwaarde voor democratie. Waar die gouden draad niet breekt, blijft ook de hoop op een gedeelde toekomst levend.
Leo de Weerdt sj vertaalde en kortte dit artikel in. Het origineel, ‘Les migrations en Espagne: un modèle miracle?‘, verscheen in En Question nr. 156, kwartaaltijdschrift van Centre Avec, lente 2026, pp. 40–45.
Foto’s: Servicio Jesuita a Migrantes (SJM)-Almería
Leo De Weerdt SJ is een Vlaamse jezuïet. Hij is werkzaam als gevangenisaalmoezenier.