Mia De Walsche en haar man Marc Tassier hebben een bijzondere ervaring als ze het beroemde schilderij van Monet bekijken. Samen schrijven ze dit stukje. “Onze bank werd een schakel in het snoer dat zich stil en eerbiedig had gevormd.”
We bezoeken een museum. Er loopt veel volk rond, te veel volk. We zijn moe en landen op een bankje voor een schilderij van Claude Monet. Monet heeft tegen het einde van zijn leven de waterlelies in zijn tuin in vele variaties geschilderd. Hij trachtte hun kleurenspel weer te geven in verf en borstelstreken, soms met verbluffend resultaat. En dat terwijl zijn ogen slechter en slechter werden. Hij schilderde de beelden die hij eerder had gezien, de waterlelies zoals hij zich die herinnerde.
Toen gebeurde er iets. Onverklaarbaar, bijna magisch
Maar er waren nog veel mensen die de schilderijen van Monet wilden bewonderen. Op dat moment vooral meisjes in korte shorts, die een foto wilden nemen van zichzelf in het decor van waterlelies. Ze troepten samen voor onze neus, zodat we vooral hun achterkanten zagen.
Toen gebeurde er iets. Onverklaarbaar, bijna magisch. De massa loste zich langzaam op, wij kregen een vrije blik op het schilderij. Mensen begonnen spontaan een halve kring te maken, en lieten de ruimte open. Een kind dat, gefascineerd, dichter bij het schilderij wilde gaan staan, werd door zijn vader weer de kring ingetrokken. Onze bank werd een schakel in het snoer dat zich stil en eerbiedig had gevormd. Eerbied, dat was het.
Even zaten we samen in contemplatie aan de rand van dezelfde vijver
Waar kwam die vandaan? Eerbied, waarvoor? Voor de kunstenaar? Voor twee oude mensen die met aandacht het werk bekeken? Voor de schoonheid die ons zacht overweldigde? Voor het mysterie dat zich in die waterlelies openbaarde? Want hoe langer we keken, hoe meer de diepte van het schilderij zich toonde: verschillende tinten blauw in de diepte van het water, de lichtblauw-wit-rozige waterlelies rustend op het wateroppervlak, de hangende takken van de treurwilg… Even zaten we samen in contemplatie aan de rand van dezelfde vijver.
Het leek ons een heilig moment. Het deed denken aan die passage in de Bijbel, waar God aan de profeet voorbij ruist, niet in storm en bliksems, maar als een zachte bries. Het was een genadevolle ervaring, waarin je beseft dat je omgeven wordt door iets groots dat je overstijgt, iets dat mooi is en dat alleen maar bewonderd kan worden. Een wonder.