Vroeger kon je een conflict fysiek uitvechten, man tegen man. Van vrouwen nog even geen sprake. Zodra de ene partij sterker bleek dan de andere moest de zwakke partij zich erbij neerleggen dat de sterke partij het voor het zeggen zou krijgen. Oefening baarde kunst. Je had leren vechten.
Het buskruit is het begin van een wapenindustrie waarin sterk en zwak heel andere dimensies kregen. Beslissend werden slimheid, handigheid, techniek. We ontwikkelden zoiets als een bom, explosieven gingen uitmaken wie de baas zou worden. In onze tijd zelfs nucleaire. Nu ook nog drones.
Maar het is wel jouw wereld waarin het gebeurt. Je weet ervan.
Tegenwoordig wordt een land zelfs helemaal verwoest. Het vege lijf heeft geen kans meer: met ongebreideld geweld vernielen talloze met precisie afgevuurde projectielen veler levens, voor generaties ontwrichting veroorzakend. Alles wordt opgeblazen met haat als zinloos resultaat.
Levend in een land waar dat niet gebeurt, is het moeilijk goed in te schatten wat een oorlog elders veroorzaakt. Je meelevendheid is vluchtig – je bent er zelf niet bij betrokken. Je lijdt niet direct aan het leed van anderen. Maar het is wel jouw wereld waarin het gebeurt. Je weet ervan.
Misschien zing je het lied mee tegen de derde wereldoorlog:
Wij die met eigen ogen de aarde zien verscheurd maar blind en onmeedogend ontkennen wat gebeurt: dat oorlog is geboden en vrede niet mag zijn, dat mensen mensen doden, dat wij die mensen zijn. (H. Oosterhuis, o.a. in GvL 553)
Macht uitoefenen gaat vaak gepaard met vernieling, verwoesting, ongebreideld geweld. Heersen zit mensen in het bloed, blijkbaar, en wreedheid. Geweld werd beslissend. Er is niets meer tegen in te brengen. Machteloos zien we gebeuren wat we niet willen.
Hoe hef je vijandschap op? Hoe doorbreek je een geweldsspiraal? Hoe kun je macht ontkrachten? Er staat een magistrale vondst in het evangelie: ‘Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen’. Niemand zou meer werpen als het verstaan van zonde gemeengoed was.
Wie kent nog het woord ‘barmhartig’?
Maar dat is het niet. Jongens en meisjes met een fatbike hebben een agressieve uitstraling en ze maken daar graag gebruik van. Ze zijn je te vlug af en dat maakt ze sterk. Een brutaal mens heeft de halve wereld, weet de controleur in de trein maar al te goed. Macht is alles. Bravoure. Brutaliteit.
Kun je er onbaatzuchtigheid tegenover plaatsen, authentieke compassie? Wie de macht heeft, vindt dat belachelijk. Maar we moeten dat niet bevestigen. We moeten met evenveel kracht uitkomen voor wat ons sterk maakt: edelmoedigheid, respect, solidariteit. Wie kent nog het woord ‘barmhartig’?
We hebben geen macht over de wereld. Wat wel in onze macht ligt, is zelf kiezen. ‘Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek’, zo schrijft het boek Deuteronomium. En het daagt uit: ‘Kies dan het leven.’ (Dt. 30, 19) Het is immers niet de macht die leven garandeert. Winnen kan verliezen zijn.
Het lijkt een machteloze strijd. Maar we moeten compassie blijven houden met wie het onderspit delft. En met degene die aan de macht is. We moeten moed scheppen om ze in de ogen te kijken en zelf niet ook te vervallen in machtsuitoefening. Dan ben je de sterkste.
Foto door Maxime Gilbert via Unsplash