De situatie in het Beloofde Land is verder uitgehold afgelopen jaar. Jan Peters sj vindt een sprankje hoop in een boek van jonge theologen die ondanks alles hoop voor de toekomst houden.
Een delegatie van Europese bisschoppen kwam ontmoedigd terug na hun jaarlijkse bezoek aan Israël en Palestina. Ze ging erheen om de christenen daar tot steun te zijn en met eigen ogen de actuele ontwikkelingen waar te nemen om ze aan de kerk in Europa door te kunnen geven. Het volgende citaat komt uit hun slotverklaring:
“In de twaalf maanden sinds ons laatste bezoek is het Beloofde Land steeds verder uitgehold en onder druk komen te staan. Gaza blijft een rampzalige humanitaire crisis. De mensen die we op de Westbank hebben ontmoet, zijn gedemoraliseerd en bang. De moedige Israëlische stemmen die zich uitspreken voor mensenrechten en burgerrechten worden steeds meer bedreigd; het opkomen voor gemarginaliseerde stemmen is een kostbare vorm van solidariteit. We vrezen dat ook hun binnenkort het zwijgen zal worden opgelegd.”
Ze spraken met Joden en Palestijnen die weigeren elkaar als vijand te zien
Toch zagen ze ook wel sprankjes hoop, vooral omdat ze mensen ontmoetten, christenen en andere gelovigen, die de hoop levend proberen te houden binnen hun gemeenschappen. En ze spraken met Joden en Palestijnen die weigeren elkaar als vijand te zien en die blijven pleiten voor gerechtigheid, dialoog en verzoening.
Die voorzichtige hoop is bij mij de afgelopen maand ook gegroeid. Ik las het boek “The Cross and the Olive Tree” (Orbis Books, 2025), een titel waarin het kruis (vanzelfsprekend) voor het christendom staat en de olijfboom voor Palestina. In de inleiding op het boek wordt uitvoerig beschreven hoe de olijfboom een symbool is voor het harde en toch onverwoestbare leven van de Palestijnse boeren. Maar ook vooral hoe de olie die uit de olijven wordt geperst een centrale rol speelt in het dagelijkse leven en ook in het kerkelijke en religieuze leven van de Palestijnen.
(tekst gaat verder onder de afbeelding)

Wat me echt heeft verrast, is de inhoud van het boek: acht jonge, christelijke theologen hebben daarin een essay geschreven. Vrouwen en mannen uit verschillende kerken en vanuit verschillende achtergronden: uit Gaza, uit Palestina, uit Israël en uit de diaspora. Het zijn jonge theologen, een nieuwe generatie, die ikzelf hier voor het eerst tegenkwam.
Begrijpelijk zijn hun bijdragen heel verschillend, maar allen zien ze zich staan in de traditie van de bevrijdingstheologie. Ze zijn allerminst blind voor de problemen waarin zijzelf, hun volk en hun kerken leven, maar vanuit hun geloof en hun theologisch doordenken van hun situatie in het licht van dat geloof putten zij hoop voor de toekomst, die zij ook met hun lezers willen delen.
De ware kracht van het martelaarschap ligt in de moedige verklaring dat leven, waarheid en bevrijding zelfs in de schaduw van de dood zegevieren
Het laatste essay – over een theologie van het martelaarschap – eindigt met woorden van hoop:
“Ook al ziet de toekomst er somber uit, we houden vast aan de hoop dat ons getuigenis stand zal houden, dat we de verleiding van comfort zullen weerstaan en de onderdrukkende logica van het imperium zullen trotseren door ons eigen kruis te omarmen. De ware kracht van het martelaarschap ligt… in de moedige verklaring dat leven, waarheid en bevrijding zelfs in de schaduw van de dood zegevieren.”