De evangelies waarschuwen tegen de risico’s verbonden aan het genot van materiële rijkdom. Maar wat zouden ze zeggen over het genot van onze culturele rijkdom, van onze “schone kunsten”?
Laat me even teruggaan in de tijd. In die jaren beschikte ons gezin over één radiotoestel. Dat werd door de kinderen druk gebruikt voor nieuws, sportreportages, luisterspelen, chansons. Maar één maal per jaar, in de tijd voor Pasen, legde mijn vader er beslag op. Dan wilde hij naar de Mattheuspassie luisteren. Drie uren lang, met volstrekte stilte in de huiskamer. Stierlijk vervelend vond ik dat. Hoe kunnen mensen houden van dat soort muziek?
Hoe kunnen mensen niet van dat soort muziek houden?
En nu, vele jaren later, luister ik zelf naar de Mattheuspassie, drie uren lang, in volstrekte stilte. Hoe kunnen mensen niet van dat soort muziek houden, van de muziek die men “klassiek” noemt omdat ze bijval vindt bij generatie na generatie. Niet bij iedereen: om hangjongeren weg te jagen laat men in sommige metrostations Beethoven klinken. Maar toch bij velen. Op een of andere manier heb ook ik geleerd die culturele rijkdom te smaken. Weliswaar nog lang niet alles. Aan Wagner ben ik nog niet toegekomen. Gevorderde muziekkenners zullen meewarig op mij neerkijken als ze dit vernemen. Maar kostbare parels ontdekken bij Bach, Mozart, Brahms e. a. is een geluk dat mij niet meer zal ontnomen worden. Dat is mijn onvervreemdbaar bezit, een rijkdom waarvan ik zoals vele anderen mag genieten. Meer nog, waarvan zij en ik verplicht zijn te genieten zo wij de schoonheid van Gods schepping naar haar volle waarde willen schatten. Eerbied voor de natuur, ja zeker, maar ook eerbied voor de cultuur.
Er zijn mensen die geen oor hebben voor die culturele rijkdom. Jammer is dat. Sommigen van hen zijn geneigd de liefhebbers van klassieke componisten af te doen als een conservatieve “elite” die vervreemd is van “het volk”. Er zijn onder hen zelfs mensen die liever opgaan in het kitscherige Eurosongfestival van de laatste jaren en daarvoor dure tickets willen betalen. Die hebben (nog) niet de smaak voor het schone ontwikkeld die zij hadden moeten ontwikkelen.
Mag men gewagen van een kloof tussen zij die cultureel rijk zijn, die een groot cultureel kapitaal vergaard hebben, en zij die dat niet gedaan hebben? En zo ja, hoe diep en hoe wijd is dan die kloof? Gelukkig mogen we aannemen dat er qua cultureel kapitaal een grijze zone bestaat waar leden van de “elite” en van het “volk” elkaar kunnen ontmoeten: Simon en Garfunkel, musicals, Ennio Morricone enzovoort. Om slechts enkele voorbeelden te noemen. Maar voor wie nauwkeuriger toekijkt, wordt inderdaad een sociale afstand zichtbaar tussen cultureel rijk en cultureel arm. Het is geen toeval dat er bij ons in Vlaanderen twee publieke zenders zijn, de VRT en Canvas. Ook in vele andere landen vinden we een dergelijke tweedeling terug. En waar plaatsen we de commerciële zenders? Dragen die bij tot de culturele verrijking van de bevolking?
Is die culturele ongelijkheid problematisch te noemen? Waar het gaat om de intellectuele kant van de cultuur, de ongelijkheid inzake kennis en scholingsgraad, is het antwoord volmondig ‘ja’. Die ongelijkheid geeft aanleiding tot misprijzen van de “elite” voor het “volk” en van wantrouwen van het “volk” tegenover de “elite”. Die toxische verhouding heeft geleid tot het verschijnsel van het populisme.
De ervaring van sublieme schoonheid is het begin van een gevoeligheid voor Gods aanwezigheid
Maar wat te denken over de esthetische kant van de cultuur? Wat als er zich een ongelijkheid manifesteert in de sector van de schone kunsten? Het is te betreuren dat velen niet toekomen aan het genieten van het beste van onze muziek, dat pronkjuweel van onze westerse samenleving. De ervaring van sublieme schoonheid is het begin van een gevoeligheid voor Gods aanwezigheid. Zeg daarom niet dat iedereen de muziek mooi mag blijven vinden die hij als tiener leuk vond. Zeg liever dat het de plicht is van de (cultureel) armen om te leren van de (cultureel) rijken en van (cultureel) rijken om mee te delen aan de (cultureel) armen. Zoals die leraar van ons dat deed. Die ons deed luisteren naar een symfonie van een zekere Dvorak. Het was diens negende, van ‘De Nieuwe Wereld’. Die ervaring was iets om nooit te vergeten.
Foto door Dolo Iglesias via Unsplash