Na zijn schitterende Jezusboek Wie zeggen de mensen dat Ik ben uit 2023, ligt nu een nieuw werk van Willem Jan Otten in de boekhandels: Amen, een essay over bidden. Myriam Van den Eynde is een bidder en slaat het boek open vol nieuwsgierigheid of het haar ervaring en begrip van dit mysterieuze proces zal verrijken.
De korte hoofdstukken uit Amen verschenen eerder als tweewekelijkse rubriek in het Katholiek Nieuwsblad. Het boek is prachtig uitgegeven met tekeningen van Paul van Dongen die als middeleeuwse verluchtingen rustbankjes willen zijn in Ottens poëtische taallandschap. Ze nodigen je uit om ‘kijkend je ogen te sluiten’ (p.17).
Otten draagt zijn eigen gebedsloze leven nog fris in het geheugen mee
De doelgroep: mensen die niet bidden. Hiermee begeeft de auteur zich op bekend terrein. Otten deed het vóór zijn bekering in 1999 zelf ook niet en nu nog, bekent hij, loopt de niet-bidder geregeld grinnikend met hem op (p.7). Hij draagt het gebedsloze leven dus nog fris in het geheugen mee. En dat heeft zo zijn voordelen. Anders dan ‘professionele of geboortebidders’ die over dit thema schrijven, gaat hij niet uit van een aantal vanzelfsprekend geachte vooronderstellingen. Dat je wel weet wat bidden is bijvoorbeeld en dat het vooral een kwestie is van er met de nodige hulp en instructies beter in te worden.
Otten omschrijft bidden als een antilichaam tegen onze giftige succescultuur. Je kan er dus van uitgaan het nooit echt te kunnen. Hij benadert het thema met een breedhoeklens om zo een ruim beeld te schetsen van wat bidden zou kunnen zijn. Een greep uit de titels van de hoofdstukken: icoonbidden, de biddende atheïst, waar ben ik als ik bid?, bevroren gebedsleven, kan de merel bidden?… Otten put uit eigen ervaringen en laat zich ook graag inspireren door mededichters, prozaschrijvers, beeldend kunstenaars, filmmakers, filosofen. Zelfs polsstokspringer Mondo Duplantis komt langs. Die verfrissend ruime blik levert verrassend verdiepende inzichten op. De breedhoek blijkt een zoomlens.
(tekst gaat door onder de afbeelding)

Een van de illustraties van Paul van Dongen in Amen, een essay over bidden.
Het hart van het boek zijn acht meditaties bij het Onze Vader, eentje voor elke zin.
Als bidders dat gebed uitspreken en al hun aandacht richten op elk woord erin, is het volgens Otten onmogelijk dat er in de ziel geen werkelijke verandering plaatsvindt (p. 93), al is het misschien wel oneindig klein. Als ik me meditatie na meditatie door hem laat meenemen, ben ik geneigd dat te geloven.
Het is onmogelijk dat er in de ziel geen werkelijke verandering plaatsvindt
Het mag duidelijk zijn, deze biddende recensent, is dankbaar dat Amen op haar pad kwam. Een te verwaarlozen kanttekening: voor wie graag in de marge noteert of onderstreept, wordt lezen ook werken: dit stevig ingebonden boek laat zich maar moeizaam openplooien. En laat dat nu net zijn wat je voortdurend wil doen: zinnen aanduiden zodat je ze nog eens kan lezen. Omdat je weet dat je ervan zal genieten. Omdat je vermoedt dat je ervan zal kunnen leven.
Otten, WJ. 2005 en Van Dongen, P. Amen, een essay over bidden. Skandalon.