Myriam van den Eynde houdt van de diepe buiging. Ze grijpt elke kans aan om zich er aan over te geven. “Ik ervaar hoeveel deugd ze me doet. Ik voel hoe de beweging klopt. Hoe ze me in mijn waarheid zet.”
Soms zingen we in de zondagdienst psalm 111 in de hertaling van Huub Oosterhuis uit 150 Psalmen vrij. Het is een prachtig gezang in gregoriaanse zetting dat me helemaal weet mee te nemen. Vooral het slotvers ontroert en raakt me altijd: In uw lieve gemeente zal ik diep voor u buigen. Deze woorden roepen instant een diep verlangen in me wakker om dat dan meteen ook te doen: diep buigen. Ik ervaar dat verlangen in elke vezel van mijn lichaam, maar voel me te beschroomd om eraan toe te geven. In onze diensten buigt niemand.
Liturgisch zijn de uitnodigingen om in de gemeente te buigen inderdaad meestal niet zo dik gezaaid. Ik grijp wel elke kans: bij de offergang tijdens uitvaarten buig ik diep voor urn of kist. Tijdens de gebedsdiensten in abdijen sluit ik me graag aan bij de buiging van de monniken en monialen als zij aan het eind van psalm of lied het Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Zoals het was in het begin en nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen aanheffen. En ik buig graag mee met de priester bij de instellingswoorden Dit is mijn Lichaam. Dit is mijn Bloed.
Hoe verstrooid ik de voorbije stille tijd ook heb doorgebracht, in de buiging ben ik aanwezig
Niet in een gemeente, maar wel verbonden met medebidders wereldwijd, sluit ik ook mijn ochtendmeditatie af met een diepe buiging. Hoe verstrooid ik de voorbije stille tijd ook heb doorgebracht, in de buiging ben ik aanwezig. Helemaal. Altijd. Ik ervaar hoeveel deugd ze me doet. Ik voel hoe de beweging klopt. Hoe ze me in mijn waarheid zet.
De buiging spreekt. Woordeloos en voorbij het denken zegt ze alles wat ertoe doet. Ze geeft vorm aan wie ik ten diepste ben en waar mijn thuis is: ik ben een schepsel. Kind van. Uitstaande, reikend naar Wat/Wie ik niet zelf ben, naar de liefdevolle Bron van al wat is. Bij elke buiging voed ik het vertrouwen dat we niet worden overgelaten aan onszelf. Dat we mogen leven van genade.
Ik weet me uitgenodigd in overgave mijn tekort, mijn twijfel en zoeken te omarmen om het toe te vertrouwen aan Wie mij onvoorwaardelijk vasthoudt
Het buigen waarnaar ik verlang heeft niets van de misbegrepen onderdanigheid of het onwillig zwichten voor overmacht zoals gesuggereerd in buigen of barsten. Mijn buigen bevrijdt. Ik voel me niet langer verplicht iets hoog te houden, maar weet me uitgenodigd in overgave mijn tekort, mijn twijfel en zoeken te omarmen om het toe te vertrouwen aan Wie mij onvoorwaardelijk vasthoudt. Dat is zijn naam. Zijn beginsel. Ook dat zingen we in psalm 111. Je zou voor minder diep buigen.
Foto door Mateus Campos Felipe via Unsplash, de foto is ter illustratie