Michaël Merrigan kijkt naar het nieuws. “Nooit meer”, klonk het na de oorlogen van de twintigste eeuw. Maar misschien heeft het vrije Westen uit die oorlogen ook een verkeerde les getrokken.
De situatie in de wereld is dramatisch. Gaza ligt in puin. De escalerende oorlog tussen Israël, de VS en Iran dreigt ons allemaal in een diepe energiecrisis te storten. Als die zich doorzet, zal dat onvermijdelijk leiden tot armoede en menselijk leed voor velen, en op lange termijn opnieuw extremisme en antidemocratische tendensen voeden – ook bij ons. En wie spreekt nog over Soedan, Ethiopië of de Centraal-Afrikaanse Republiek?
Soms beseffen we nauwelijks nog in welke luxe we leven
Tegelijkertijd gaat het in België en Nederland, wat mensenrechten betreft, op veel vlakken verhoudingsgewijs nog goed. Zo goed zelfs dat we soms nauwelijks nog beseffen in welke luxe we leven: de vrijheid om te zeggen wat we denken, om te bepalen waar we heen gaan en met wie we omgaan, en om te kunnen rekenen op diensten en vangnetten wanneer we ziek zijn of het moeilijk hebben.
Toch zijn er ook grote problemen. Die raken niet iedereen even hard, maar voor wie ermee te maken krijgt, is de wanhoop groot. Denk in België bijvoorbeeld aan de overbevolking in de gevangenissen, de ontoereikende zorg voor geïnterneerden en – steeds vaker – het feit dat de overheid rechterlijke uitspraken naast zich neerlegt. Daardoor krijgen mensen geen opvang die er wel recht op hebben, en gebeurt hetzelfde op andere domeinen. Steeds vaker lijkt de overheid rechters als hinderlijk te beschouwen en zelf te willen bepalen wat kan en niet kan. Dat zie je ook in de blijvende onderfinanciering van justitie, terwijl de uitvoerende macht tegelijk meer bevoegdheden krijgt om te bestraffen. Wie van de overheid steun ontvangt, wordt bovendien ongegeneerd verdacht gemaakt. Intussen doen extreme partijen het goed in de peilingen, tiert antisemitisme welig en verhardt het maatschappelijk debat over zowat alle thema’s.
Een breed gevoel van urgentie rond de bedreigingen van mensenrechten lijkt vaak afwezig
Het gaat dus bij ons, in vergelijking met de rest van de wereld, nog goed, maar het lijkt tegelijkertijd wel in snel tempo voor veel mensen slechter te worden. En toch lijkt een breed gevoel van urgentie rond deze bedreigingen van mensenrechten vaak afwezig. Zeker bij politici.
Hoe meer ik naar het nieuws kijk, hoe vaker ik me op de gedachte betrap dat we misschien, naast enkele belangrijke, ook een verkeerde les uit de wereldoorlogen hebben getrokken. Beide oorlogen duurden vier à vijf jaar, waarna we in onze contreien relatief snel konden terugkeren naar een liberale democratie (Nederland slaagde er zelfs in formeel neutraal te blijven in de Eerste Wereldoorlog). Het einde van de Tweede Wereldoorlog leidde bovendien tot een ongeziene uitbouw van mensenrechteninstellingen en de welvaartsstaat, precies die verwezenlijkingen die vandaag zo onder druk staan.
Dat heeft er, denk ik, toe geleid dat we hier te snel aannemen dat dingen wel kunnen ontsporen, maar dat de ‘slechten’ uiteindelijk toch binnen afzienbare tijd verslagen worden. Dat het, misschien zelfs vrij snel, wel weer goedkomt.
Maar is dat altijd zo? En kunnen we daar vandaag werkelijk op vertrouwen? “I’m waiting for the good guys to arrive”, zegt de jonge Ierse dichter Daragh Fleming. “You know, like at the last second when we think we’ve all but lost.” (“Ik wacht tot de goeden arriveren. Je weet wel, op het allerlaatste moment, wanneer we denken dat alles al verloren is.”)
In de toekomst wordt het nog makkelijker om systemen van onderdrukking in stand te houden
Wie echter ooit onder het juk van de Sovjet-Unie leefde, weet dat het ook veel langer dan vier of vijf jaar kan duren. Wie de veerkracht van de Iraanse machtsstructuren ziet, kan moeilijk optimistisch blijven voor de Iraanse bevolking. Generaties Noord-Koreanen die hoopten op verbetering, kwamen vooralsnog bedrogen uit. Voor Oeigoeren en Tibetanen in China – en zelfs ver daarbuiten – is er geen uitzicht op verandering. De toekomst oogt somber voor christenen in grote delen van het Midden-Oosten. Venezolanen hopen al jaren tevergeefs op leiders die mensenrechten respecteren en veiligheid garanderen. En de steeds schaamtelozere pogingen van Orbán in Hongarije om de rechtsstaat en democratie te ondermijnen, herstel je niet in een paar jaar – zelfs niet als hij ooit (dit jaar?) zijn macht verliest. Vraag dat maar aan de Polen.
Met de enorme mogelijkheden die AI vandaag biedt, wordt het in de toekomst nog makkelijker om systemen van onderdrukking, eenmaal uitgebouwd, in stand te houden. Nu de VS zelfs geen lippendienst meer bewijzen aan democratische waarden en mensenrechten, lijken ook op dat vlak alle remmen los.
Daarom is het vandaag, meer dan ooit, ook bij ons – waar het op veel vlakken nog goed gaat; nét hier, waar het nog goed gaat – belangrijk alert te zijn op zelfs kleine verschuivingen in de verkeerde richting. Wat nodig is, naast persoonlijke onderscheiding, is naar het voorbeeld van die ignatiaanse traditie, een vorm van seculiere mensenrechtelijke onderscheiding: collectief de vinger aan de pols houden en ons telkens afvragen hoe we onze samenleving, gestoeld op rechtsstaat en mensenrechten, in elke kleine beslissing vormgeven.
Als het ooit echt ontspoort, komt het niet noodzakelijk vanzelf weer goed
Elke dag brengt zijn eigen praktische, budgettaire of politiek interessante redenen om compromissen te sluiten ten koste van de rechten en de waardigheid van – vaak kwetsbare – mensen. Maar we weten: in een samenleving die langzaam afglijdt en steeds minder vrij en minder zorgzaam wordt, groeit ook de groep die zich daartegen niet meer kan verzetten.
En, nee, als het ooit echt ontspoort, komt het niet noodzakelijk vanzelf weer goed.
Dit, hier en nu, is dus het moment om het point of no return te vermijden: om bij elke kleine verschuiving die we ervaren, toch even halt te houden en ons af te vragen wat die zegt over onze samenleving. Hoe blijven we trouw aan onze eigen uitgangspunten – rechtsstaat, democratie en mensenrechten?
In een steeds chaotischere wereld is het bovendien duidelijk dat we daarbij niet op anderen moeten rekenen om dat werk voor ons te doen. Iets wat ook Fleming begreep en mooi verwoordde:
| But maybe it’s just us
Rather than waiting to be saved, maybe we’re the ones who point the way, stop the bad guys, save the world, fight the good fight, and fix the hurt. Because the good guys need to come. And if we can’t see them, then maybe we become, despite the fear we arise and appear on the near horizon. |
Misschien zijn wij het zelf wel
In plaats van te wachten tot iemand ons redt, zijn wij misschien degenen die de weg wijzen, die het kwaad tot stilstand brengen, de wereld redden, het goede gevecht strijden en helen wat gebroken is. Want de goeden moeten komen. En als we hen niet kunnen zien, dan worden wij hen misschien ondanks de angst staan we op, verschijnend aan de nabije horizon |