Op het hoogtepunt van de zomer, op 31 juli, vieren we de heilige Ignatius van Loyola (1491-1556). Hij was een pelgrim in hart en ziel, die wist wat het betekent om de weg te kiezen. Wat betekende het voor hem om een pelgrim te zijn? En kan ons dat nu inspireren?
Een pelgrimstocht vangt aan waar we onze strak geregisseerde levens loslaten — waarin de tijd is opgedeeld in hokjes en onze dagen strak omlijnd zijn — en herinnert ons aan de eenvoud die we herkennen in de natuur: de rust, het ritme, het ongeforceerde. Iets in de natuur wenkt ons zachtjes, haalt ons weg uit het leven dat we met zoveel controle en zekerheid hebben opgebouwd.
De pelgrim, zoals Ignatius hem belichaamde, blijft een krachtig beeld: iemand die zoekt, die luistert, die zich laat leiden. En bovenal: iemand die nooit opgeeft om in alles de sporen van God te ontdekken.
Als jonge Baskische edelman en soldaat leidde Inigo een roerig leven. Maar in 1521, na een zware verwonding bij de belegering van Pamplona, begon hij aan een ander soort strijd: een innerlijke. Tijdens zijn lange genezing las hij levens van heiligen en raakte diep getroffen door hun overgave. Zo begon een radicale ommekeer: de ridder legde zijn zwaard neer en nam het pad van de pelgrim.
Het beeld van de pelgrim blijft Ignatius zijn leven lang meegaan, als leidraad en roeping
Zijn eerste stappen leidden hem naar Montserrat, waar hij zijn adellijke kleding verruilde voor een boetekleed. In Manresa, een kleine stad niet ver daarvandaan, beleefde hij een intens spirituele periode. Wat hij daar doormaakte, werd de grondslag van zijn beroemde Geestelijke Oefeningen. Zijn verlangen bracht hem verder, naar Jeruzalem, vastberaden om letterlijk in de voetsporen van Christus te treden. Maar ook daar ondervond hij grenzen: de franciscanen, die de heilige plaatsen beheerden, dwongen hem tot terugkeer. Toch bleef het beeld van de pelgrim zijn leven lang met hem meegaan, als leidraad en roeping.
De weg die Ignatius na zijn bekering aflegde — van zijn geboortestreek naar het Heilig Land — was meer dan alleen een fysieke reis. Het was de uiterlijke gestalte van een innerlijke tocht. In zijn autobiografie noemt hij zichzelf herhaaldelijk “de pelgrim”, een woord dat tegelijk zijn omzwervingen en zijn innerlijke zoektocht samenvat.
De Geestelijke Oefeningen van Ignatius vormen een gids voor de ziel
Voor Ignatius was pelgrimeren geen project, geen doel op zich, maar een levenshouding: loslaten wat vanzelfsprekend lijkt, openstaan voor wat zich aandient, en bereid zijn om telkens opnieuw te luisteren naar wat God vraagt. Zijn boekje met Geestelijke Oefeningen is daar de weerslag van. De oefeningen vormen een gids voor de ziel, een pelgrimskaart vol stille wendingen en diepgaande inzichten, met als bestemming een dieper verstaan van God en van onszelf. Zoals een pelgrim onderweg telkens verandert door wat hij meemaakt, nodigt Ignatius de gelovige uit om in gebed en overweging stap voor stap de eigen innerlijke ruimte te verkennen — en zo dichter bij God te komen.
De Sociëteit van Jezus, de religieuze orde die Ignatius stichtte, draagt zijn pelgrimsideaal tot op vandaag verder. Jezuïeten leven niet in afgezonderde kloosters, maar zijn geroepen om in beweging te blijven, beschikbaar en dienstbaar waar de wereld hen nodig heeft. Hun spiritualiteit is mobiel, op de adem van de Geest, net als Ignatius zelf ooit was.
De pelgrimage van Ignatius was een levenslange beweging van openheid, overgave en groei
Hun motto Ad Maiorem Dei Gloriam – “Tot meerdere eer van God” – is geen stilstaand credo, maar een pelgrimskreet: de roep om God te zoeken en te vinden in alle dingen, overal, altijd.
Voor Ignatius was pelgrimeren nooit zomaar een reis. Het was een levenslange beweging van openheid, overgave en groei. Zijn levensweg, én de geestelijke weg die hij anderen aanreikt, blijven mensen tot op vandaag inspireren om op pad te gaan — buiten én naar binnen toe.
Foto en kunstwerk ‘Ignatius als pelgrim’: Christophe Brabant
Leo De Weerdt SJ is een Vlaamse jezuïet. Hij is werkzaam als gevangenisaalmoezenier.