Met kunstmatige intelligentie kunnen we al onze zwakheden uitbannen en een supermens creëren, is het idee van het transhumanisme. Gaat ons dat gelukkig maken? Guido Dierickx sj neemt je mee in de kritiek die paus Leo XIV daar op heeft.
De recente ontwikkeling van Artificial Intelligence heeft de hoop op technologische vooruitgang fel aangewakkerd. Het menselijk lichaam zou veel gezonder, het menselijk brein veel krachtiger worden. In die mate zelfs dat ons toekomstbeelden worden voorgespiegeld die voorheen als buitenissig en utopisch weggewuifd werden. Want het is één zaak bepaalde technische innovaties mogelijk te achten. Het is een heel andere van die innovaties het wegwerken van alle menselijke tekorten te verhopen. Dit laatste is de droom van een intellectuele stroming, het transhumanisme, die door paus Leo XIV in zijn recente encycliek betwijfeld en zelfs veroordeeld werd. Daarvan hebben wij in onze middens nog niet veel vernomen maar ze is dieper geworteld en wijder vertakt dan wij vermoeden.
Dan rijst de vraag waar de grenzen liggen van die technologische vooruitgang
Natuurlijk mogen wij van technologische vooruitgang het een en ander verwachten. Dat hebben wij altijd al gedaan. Slechtziende mensen dragen een bril en laten zelfs nieuwe ooglenzen inplanten. Niemand die deze verwezenlijkingen buitenissig vindt. En daartoe hoeven wij onze ambities niet te beperken. Met behulp van AI, zo las ik ergens, kunnen wij wellicht beter de geheimen van ons DNA ontcijferen en daarvan de gebreken opsporen. Stel dat wij zo kleurenblindheid zouden kunnen voorkomen? En kankergezwellen? En autisme? Een groot succes zouden wij dat noemen.
Daarmee verlegt de mens de grenzen die hem tot op heden door zijn genetisch materiaal werden opgedrongen. Maar dan rijst de vraag waar de grenzen liggen van die technologische vooruitgang. Deze vraag is meer fundamenteel dan die naar de neveneffecten van die vooruitgang die bij vele commentatoren en ook in de encycliek van de paus uitvoerig aan bod komen. Zeer terecht vrezen die dat de weldaden van die innovaties vooral, en wellicht uitsluitend, ten goede zullen komen aan een kleine minderheid van heel kapitaalkrachtige mensen. En dat die hun een groot machtsoverwicht zullen schenken op de grote niet-bevoorrechte meerderheid. Bovendien zouden die technologische ontwikkelingen grote kosten met zich meebrengen voor het milieu: om AI te laten functioneren is er een groot verbruik van water en energie nodig. Het gaat hier immers om enorme computers die van stroom voorzien en met water gekoeld moeten worden.
Willen wij een leven leiden waarin wij de last van de menselijke existentie overlaten aan technische hulpmiddelen?
Maar de paus merkte op dat er nog andere schaduwzijde verbonden is aan deze vooruitgang. Of beter, aan het ideologisch geloof in deze vooruitgang. Dat geloof, die levensbeschouwing, wordt dikwijls samengevat als “transhumanisme”. Het meent de huidige mens, met al zijn tekorten, zo te kunnen transformeren dat alle tekorten van zijn bestaan tot het verleden zullen behoren. Niet enkel genetische tekorten zoals kleurenblindheid en gevoeligheid voor kankers. Maar ook morele en existentiële tekorten zoals verdriet, eenzaamheid, schuld en angst. Jammer voor al die mensen die het ongelijk hadden te vroeg geboren te worden…
Maar is het dat wat wij willen, is het zo dat wij gelukkig zullen worden? Willen wij een leven leiden waarin wij de last van de menselijke existentie overlaten aan technische hulpmiddelen? Waarin wij bijvoorbeeld de veroudering van ons lichaam een halt zouden kunnen toeroepen wanneer wij de leeftijd van 35 jaar bereiken? Waarin wij nog weinig moeten leren omdat wij in ons brein een chip laten inplanten die met een krachtige computer verbonden is? Waarin wij van ons leven zouden kunnen genieten zonder onze sterfelijkheid voor ogen te moeten houden? Want natuurlijk is het toppunt van deze utopie het weren van de dood uit het menselijk bestaan, althans de dood door ‘natuurlijke oorzaken’ (wat de mogelijkheid openlaat van de dood door ‘onnatuurlijke oorzaken’).
Nee, er zijn menselijke tekorten die ons uitnodigen om ons heil te zoeken bij andere mensen, bij een Andere. Want bestaat het heil niet in het feit dat wij van anderen, van de Andere, iets kunnen ontvangen en aan anderen iets kunnen schenken? Als de droom van de transhumanisten werkelijkheid zou worden, zouden wij die anderen niet meer nodig hebben. Wij zouden leven in een roes die lijkt op die van de opiumverslaving. Hun ideologie is, op de keper beschouwd, een genotzuchtig individualisme.
Wij scheppen niet onszelf, wij worden voortdurend geschapen door andere mensen, door God
Het is goed in te gaan op het transhumanistisch denken om beter onze christelijke levensbeschouwing te verstaan. De transhumanisten koesteren de ambitie een voltooide, een volmaakte mens te scheppen. Christenen verwerpen die ambitie als een heilloze utopie. Wij scheppen niet onszelf, wij worden voortdurend geschapen door andere mensen, door God. Met die schepping te mogen meewerken, die te mogen “meemaken”, hoe traag en moeizaam die ook verloopt, dat is voor ons een groot menselijk geluk. De ervaring van het geschapen worden ooit te moeten missen, dat zou een tragedie zijn.