Eerder deze zomer kwamen we in de oude abdij van Drongen samen met zeventig jongere jezuïeten voor een “common mission retreat.” Er waaide een synodale wind. Hoe ging dat er aan toe en wat leverde het op?
De naam van de retraite geeft het al weg: het was een internationaal gebeuren met jezuïeten uit Frankrijk, Ierland, het Verenigd Koninkrijk, en de Lage Landen. Enerzijds was het een retraite, dus was er veel stilte voor gebed. Anderzijds was het een gezamenlijke retraite, dus we spraken ook. In kleine groepen en in de grote groep wisselden we uit wat ons aangesproken en bewogen had.
Er waaide een synodale wind. We waren samen bezinnend op weg en wisselden daarover uit. Dat is reeds synodaliteit; het hoeft niet over hete hangijzers te gaan of te leiden tot een document! Toch stond er wel wat op de agenda. Onze religieuze oversten wilden weten: voelden wij aan dat er een “gezamenlijke missie” (common mission) was waar we samen toe geroepen waren? De gesprekken daarover waren soms rustig en hartverwarmend en soms knetterde het ook.
Ik merkte hoe hartverwarmend het is om samen te bidden en daarover uit te wisselen
Het was mijn eerste meerdaagse onderdompeling in synodaliteit. Ik merkte hoe hartverwarmend het is om samen te bidden en daarover uit te wisselen. Ik hoorde, zag, voelde hoe mensen heel anders dan ikzelf ook God zochten en ook door Hem gevonden werden. Hoe we elkaar aanvullen met onze dromen, karakters, talenten, en hoe we met dat alles van dienst willen zijn.
Soms hoor je dat synodaliteit soft is. Anderen zeggen dan weer dat er zo weinig gebeurt en dat wat er wel gebeurt zo weinig oplevert. Mijn ervaring is dat als je je engageert, je merkt wat het brengt: verbondenheid en wederzijdse bemoediging. Wie al eens deelnam aan een synodale middag of avond zal dat bevestigen.
Als je je engageert, merk je wat het oplevert
Maar de ziel wordt in de synodaliteit niet alleen gevormd door de warme meewind van gedeeld geloof en samen optrekken. We hebben ook gemerkt hoe moeilijk het is om samen op te trekken. Sommigen hadden veel kritiek op de methode, en vonden het moeilijk zich te engageren. Eerlijk is eerlijk: bepaalde dingen konden echt wel beter.
Zo waren de inleidingen aanvankelijk te lang, om maar een voorbeeld te noemen. En bij sommige mooie vergezichten over de toekomst van jonge jezuïeten net uit het noviciaat dacht ik, ‘is dat niet wat dromerig?’ Ook in dat opzicht is synodaliteit vormend. Samen onderweg zijn, houdt altijd mede in: elkaar verdragen, het uithouden, elkaar vergeven; het vormt in ons een milder en ruimer gemoed. Opnieuw geldt: als je je engageert, merk je wat het oplevert.