Waarom is er ruimte voor populisme? Uit een doorwrochte studie blijkt dat een veel groter deel van ‘het volk’ veel conservatiever denkt over sociaal-culturele zaken als immigratie, discipline op school, verhouding tussen mannen en vrouwen etc. En dat is niet alleen in Nederland zo.
De populistische stemmen klinken steeds luider in zowat alle Europese landen. Zij willen, zo beweren zij, het volk redden van zijn (corrupte?) politieke elite. Lange tijd heb ikzelf gemeend de onvrede van vele burgers met onze politieke leiders en met ons democratisch bestel op de eerste plaats te mogen toeschrijven aan de toenemende complexiteit van het politieke gebeuren en door de frustrerende onmacht van die burgers om uit dat gebeuren wijs te worden. Maar dat blijkt nu een slechts heel gedeeltelijke verklaring te zijn.
De populisten hebben niet helemaal ongelijk
Volgens een doorwrocht empirisch onderzoek van Laurenz Guenther, werkzaam aan de universiteiten van Toulouse, Oxford, Stanford en nog andere, dringt een andere verklaring zich op (Political Representation Gaps and Populism, 2025). De populisten hebben niet helemaal ongelijk. Op een aantal gevoelige punten wijken de politici van de gevestigde politieke partijen af van de politieke opinie van een aanzienlijk deel van het electoraat (“het volk”). Dit heeft na enige tijd geleid tot grote spanningen.
Goed om te weten: in dit soort empirisch wetenschappelijk onderzoek wordt vaak met grote categorieën gewerkt (progressief versus conservatief, burgers versus politici enz.). Dit is niet om de nuances te ontkennen, maar om grote maatschappelijke bewegingen efficiënt in kaart te kunnen brengen.
Er hing geen grote spanning in de lucht zo lang het in het politieke gebeuren te doen was om de traditionele sociaal-economische kwesties, over de verhouding tussen overheid en privéondernemingen, over het verwerven en het verdelen van het inkomen. Burgers die economisch links dachten konden terecht bij politici die economisch links dachten. En voor burgers die economisch rechts dachten stonden er politici klaar die economisch rechts dachten.
Alle bevolkingsgroepen, zelfs de immigranten, stellen zich meer terughoudend op betreffende de kwestie van de immigratie
Heel anders is de verhouding tussen de burgers en hun politici waar het gaat om sociaal-culturele kwesties, om de bestraffing van misdaden, om de discipline in de scholen en elders in de samenleving, om de verhouding tussen mannen en vrouwen en natuurlijk (en vooral) om de houding ten overstaan van immigranten.
Het onderzoek wijst uit dat nogal wat burgers zich hier meer conservatief opstellen dan de politici van de gevestigde partijen. Opmerkelijk is dat alle bevolkingsgroepen, zelfs de immigranten, zich meer terughoudend opstellen betreffende de kwestie van de immigratie. Velen denken dat het verschijnsel van de immigratie meer last dan lust meebrengt, ook als zij dat niet hardop durven bekennen. Maar dit is slechts één kwestie waar het electoraat meer “rechts” is dan de politieke elite van de traditionele partijen. Zo denken velen dat de criminaliteit harder moet aangepakt worden. Dit verschijnsel herhaalt zich in al de 27 onderzochte Europese landen. Dat ontdekt Guenther in zijn gegevensbestand van 27069 burgers en 994 parlementsleden.
Lange tijd, tot een twintigtal jaren geleden, heeft deze spanning niet tot uitgesproken gevoelens van onvrede geleid. Waar het gaat om sociaal-culturele kwesties werd de afstand tussen de eerder conservatieve burgers en de eerder progressieve politici sluimerend geduld. Immers, het waren de sociaaleconomische kwesties die de politieke agenda beheersten. Totdat de sociaal-culturele kwesties door maatschappelijke ontwikkelingen als meer problematisch en meer urgent werden aangevoeld. Dan konden de sociaal-cultureel conservatieven zich eindelijk luider laten horen.
Kinderen van immigranten opvangen in scholen is één ding. Ze opvangen in de klas van mijn kind is een ander ding.
Hier stoten we op een pijnlijke paradox. De progressieve stemmen in de Europese samenlevingen, die van de gevestigde politieke partijen en die van de media, vragen aandacht en inzet voor die culturele problemen. Zij pleiten voor het gastvrije onthaal van vluchtelingen, voor gendergelijkheid en dergelijke meer. En zij hopen door meer informatie te verstrekken de burgers tot welwillendheid over te halen. Maar voor vele leden van het publiek heeft hun boodschap en hun beleid ter zake een averechts effect. Nu deze kwesties meer aandacht kregen, meenden die nu pas de concrete kost van het progressieve cultuurbeleid te onderkennen. Kinderen van immigranten opvangen in scholen is één ding. Ze opvangen in de klas van mijn kind is een ander ding.
Wat moesten de “progressieve” politici aanvangen met de conservatieve tegenstroom die ze zelf op gang hadden gebracht? Over het algemeen hebben zij de hakken in het zand gezet en zijn zij trouw gebleven aan hun traditionele houdingen, zij het op sommige kwesties (zoals immigratie) minder dan op andere. Dat heeft een leemte in de politiek markt opengelaten waarvan de rechtse populisten dankbaar gebruik hebben gemaakt. Die hoeven zich niet te verdiepen in de ingewikkelde dossiers van concrete kwesties, daarvoor zijn ze niet goed gewapend. Ze kunnen er zich mee vergenoegen aan de “elites” hun vervreemding van “het volk” te verwijten.
Dit empirisch onderzoek laat de mogelijkheid open voor een ethische nabeschouwing. Hier is een opdracht weggelegd ook voor onze geloofsgemeenschap. In sommige gevallen zal die de conservatieven bijtreden, bijvoorbeeld waar het gaat om de seksuele moraal, in andere gevallen de cultureel progressieven, bijvoorbeeld waar het gaat om het onthaal van vluchtelingen. Zeker mag zij van de rechtse populisten eisen dieper in te gaan op concrete kwesties en zich niet te vergenoegen met luide kreten tegen politieke leiders en instellingen. Hier is een sterke ethische overtuiging nodig want het is roeien tegen de stroom in.