Een jaar geleden verhuisde ik naar Boston College. Verhuizen betekent altijd: opnieuw inrichten. Voor mijn kantoor schafte ik reeds een modern kruisbeeld aan, een schilderij met zeilboten, en een Art Deco bureaulamp. Binnenkort komt daar een ingelijste foto bij van een biddende pater Arrupe, destijds het hoofd van de jezuïetenorde.
Tegen de bediende in de fotowinkel verontschuldigde ik me dat de foto wel wat vroom is. Hij antwoordde dat hij wel vaker spirituele foto’s inlijstte, en dat mensen dat deden met foto’s die rust geven. (Wat een uitdrukking: een foto geeft rust!)
(tekst gaat door onder foto)

Dat is precies wat ik zo mooi vind aan de foto. Pedro Arrupe was het hoofd van de jezuïeten in de periode na het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Het was een tijd van vernieuwing; de jezuïeten zagen in dat we niet alleen aan geloofsverkondiging moeten doen, maar ook aan daadwerkelijke zorg voor anderen, net name kwetsbaren. “Faith and justice” werd de slogan. De Jesuit Refugee Service werd geboren; in die geest past ook het hedendaagse initiatief van Service Learning: studenten die zich inzetten voor een betere samenleving, en daarover nadenken, als deel van hun studie. Ondertussen verschoof het accent in onze spiritualiteit van gehoorzaamheid naar dialoog, en van uitwendige devoties naar persoonlijke verstilling. Deze en andere vernieuwingen gingen samen met spanning. Spanning met het Vaticaan. Spanningen in de orde. Voor sommigen ging het te snel, voor anderen te langzaam. Ondertussen waren er ook veel uittredingen.
Kortom, Arrupe had geen gemakkelijke klus. Deze foto spreekt van rust te midden van de onrust. Het is een getuigende foto. Op een bepaalde manier straalt Arrupe.
Waarom we dingen mooi vinden is altijd een beetje een mysterie. Waarom houd ik van Van Gogh en een ander juist van Mondriaan of Picasso? Waarom gaat de een graag op reis en blijft de ander graag thuis?
Of terug naar de foto: waarom deze en niet een andere? Is het omdat ik graag bid in dezelfde houding? Al is het dan zonder jezuïetentoog! Is het omdat, op mijn manier, ik ook druk en onrust voel in mijn bestaan? Een universiteit is geen charitas instelling; ik moet me waarmaken, en voel dagelijks dat Engels niet mijn moedertaal is. Of is het omdat de staat van kerk en samenleving me soms diep teleurstelt? Om maar iets eenvoudigs te noemen: zo lijkt het normaal dat politici pestende bijnamen gebruiken voor tegenstanders, ook in ons eigen vaderland. En waarom komt synodaliteit zo moeizaam van de grond in de Nederlandse kerk?
De foto “reframes;” ze her-kadert.Is het vergezocht om de band te leggen met Pinksteren, als we de Geest aanroepen als de “in labore requies,” de rust in het gedoe, in de labeur?