In deze zomerserie staan we stil bij onvervulde verlangens. De redactie beschrijft wat het zinnetje “Ik had zo graag gewild…’ bij hen oproept. Hoe gaan we om met de emoties die daarbij vrijkomen? Wat zegt het over wat ons ten diepste bezield? En hoe gaan we dan weer door? Leo de Weerdt sj introduceert de serie.
“Ik had zo graag gewild…” Het zijn woorden die bijna ieder mens wel eens uitspreekt. Soms zachtjes, voor zichzelf. Soms met verdriet. Soms met een glimlach. Ze verwijzen naar dromen die niet werkelijkheid werden, naar kansen die voorbijgingen, naar een leven dat anders had kunnen lopen. Maar ze vertellen niet alleen iets over wat ontbreekt. Ze onthullen ook wat ons ten diepste bezielt, waarnaar we verlangen en wat we belangrijk vinden.
In deze zomerreeks willen we stilstaan bij die kwetsbare ruimte tussen verlangen en werkelijkheid
Toch is dat zinnetje dubbelzinnig. “Ik had zo graag gewild…” kan getuigen van een eerlijk verlangen, maar het kan ook een vlucht worden uit de werkelijkheid. Het kan ons gevangen houden in wat niet gebeurd is of ons doen geloven dat we tekortschieten omdat ons leven niet geworden is zoals we het ooit hadden gehoopt. Dan kijken we meer naar wat ontbreekt dan naar wat ons gegeven werd.
In deze zomerreeks willen we stilstaan bij die kwetsbare ruimte tussen verlangen en werkelijkheid. De zomer nodigt daartoe uit. Terwijl het leven even lijkt te vertragen, komen herinneringen naar boven. We kijken terug op dromen die werkelijkheid werden en op verlangens die onderweg van gedaante veranderden. We denken aan keuzes die ons gevormd hebben, aan wegen die we zijn ingeslagen en aan mogelijkheden die zich misschien nog openen. Het is een tijd van dankbaar nagenieten, van herademen, maar ook van vrede sluiten met wat anders liep dan verwacht.
De Franse schrijfster Isabelle Le Bourgeois verwoordt deze menselijke ervaring treffend in haar boek J’aurais tant voulu… (Ik had zo graag gewild…). Ieder mens draagt die stille spanning in zich tussen verlangen en werkelijkheid. Tussen het leven waarvan we droomden en het leven dat ons uiteindelijk gegeven wordt. Maar precies in die ruimte, hoe kwetsbaar soms ook, kan iets nieuws ontstaan: een andere manier van kijken, een diepere wijsheid, een dankbaarheid die door het leven gelouterd werd.
Als kind geloven we nog moeiteloos dat leven en verlangen samenvallen. De toekomst ligt open als een landschap zonder grenzen. Alles lijkt mogelijk. Ook later blijven we, bewust of onbewust, verwachtingen koesteren over hoe ons leven zal verlopen. Niet alleen uit ambitie, maar omdat verlangen wezenlijk bij het mens-zijn hoort. Het geeft richting, beweging en zin.
Soms blijft er een pijnlijke afstand tussen wat we gehoopt hadden en wat geworden is
Maar vroeg of laat ontdekken we dat de werkelijkheid zich niet volledig laat vormen naar onze dromen. Soms blijft er een pijnlijke afstand tussen wat we gehoopt hadden en wat geworden is. Niet elke liefde blijft bestaan. Niet elk talent komt tot volle bloei. Soms worden we geconfronteerd met grenzen die we niet gekozen hebben: verlies, kwetsbaarheid, ouder worden, afscheid nemen van mogelijkheden die ooit vanzelfsprekend leken.
Op mijn bureau staat een foto van mijn ouders tijdens hun huwelijksreis in Nice, in de zomer van 1954. Mijn vader draagt een driedelig pak en handschoenen. Mijn moeder wandelt naast hem met haar regenjas over de arm. Ze lopen over de beroemde Promenade des Anglais, de mythische laan die zich bijna zeven kilometer lang uitstrekt langs de Baie des Anges. Ze wandelen er zoals alleen jonge geliefden dat kunnen: licht, onbezorgd en vol toekomst. De weg ligt open voor hen, badend in het mediterrane licht, terwijl niemand vermoedt welke vreugden en welke beproevingen het leven nog voor hen in petto heeft.
(tekst gaat door onder foto)

Mijn broers, mijn zussen en ik zijn dan nog niet geboren. Wij bestaan alleen als mogelijkheid. Op de foto glimlachen mijn ouders. Hun gezichten stralen. Ze zijn jong, elegant en vol leven.
En toch kijk ik naar hen met de kennis van wat nog komen zal. Ik weet dat mijn vader op 9 april 1975 zal omkomen bij een verkeersongeval. Op het ogenblik dat deze foto wordt genomen, heeft hij nog een twintigtal jaren voor zich, jaren die hij zal geven aan zijn vrouw, zijn acht kinderen en zijn werk.
Ik kan zeggen: ik ben geboren uit deze liefde
Mijn moeder zal nog veel langer leven. Zij zal eenenveertig jaar verder moeten zonder de man die op deze foto alleen oog lijkt te hebben voor haar. Zij zal leren leven met een gemis dat diep en blijvend is. Toch draagt deze foto een waarheid in zich die mijn woorden overstijgt. Een waarheid die door de dood niet werd uitgewist. Niet door de afwezigheid. Niet door het verstrijken van de tijd.
Wie deze foto vluchtig bekijkt, zou er misschien vooral de melancholie van het verleden in zien. Maar voor mij heeft zij iets van een icoon. Want ik kan zeggen: ik ben geboren uit deze liefde. Ik draag haar verhaal met mij mee.
Daarom zie ik deze foto niet door een sluier van verdriet. Zij baadt veeleer in een ongrijpbare vrede. De gezichten zeggen niet: “Wij zijn verdwenen.” Ze zeggen ook niet: “Het leven is kort.” Nog minder: “De dood heeft het laatste woord.” Wat zij wel zeggen is eenvoudiger en tegelijk grootser: Wij zijn er geweest. Wij hebben geleefd. Wij hebben liefgehad. Wij zijn gelukkig geweest. Zoveel als een mens gegeven is gelukkig te zijn.
Dat we op een dag kunnen terugkijken en ontdekken dat het leven ons meer heeft geschonken dan wij ooit hadden kunnen voorzien
Misschien ligt daarin wel een antwoord op dat vaak terugkerende zinnetje: “Ik had zo graag gewild…” Niet dat al onze dromen vervuld worden. Niet dat het leven zonder breuken of verliezen verloopt. Maar dat we op een dag kunnen terugkijken en ontdekken dat, midden tussen verlangen en werkelijkheid, het leven ons meer heeft geschonken dan wij ooit hadden kunnen voorzien.
Leo De Weerdt SJ is een Vlaamse jezuïet. Hij is werkzaam als gevangenisaalmoezenier.