Bart Beckers sj vindt in de tentoonstelling Zingend Rood in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen twee fraaie schilderijen van Rik Wouters die zijn aandacht trekken.
Twee jaar geleden ben ik naar de grote Ensor-tentoonstelling geweest in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Ik kende de naam alleen van de Belgische filmprijzen en was destijds aangenaam verrast door het brede palet van de schilder waarnaar de prijs blijkbaar vernoemd was. Toen hij dan ook opnieuw genoemd werd voor de huidige tentoonstelling Zingend Rood was mijn interesse meteen gewekt. Niet alle Ensors waren me bekend van twee jaar geleden, waardoor het bezoek een aangename mix werd van oude vrienden weerzien en nieuwe leren kennen.
James Ensor, Rik Wouters en Jules Schmalzigaug staan niet voor niets gekend als de Grote Drie moderne kleurkunstenaars van België
Het museum schreef: “James Ensor, Rik Wouters en Jules Schmalzigaug staan niet voor niets gekend als de Grote Drie moderne kleurkunstenaars van België. Het zijn klinkende namen, die elk op hun manier het zachte kleurenpalet van de impressionisten wilden overstijgen. Voor hen huisde de kracht van een vernieuwde, post-impressionistische vormgeving net in het spel van volle pigmenten.” Behalve Ensor klonk er toen nog geen andere naam, maar ook nu werd de ontmoeting met een onbekende tot een verrassend cadeau.
De titel van de tentoonstelling beloofde de kleur rood. In sommige van de aanwezige schilderijen werd die kleur meer overgelaten aan de verbeelding van de toeschouwer dan dat hij door het penseel van de schilder aanwezig leek. Bij Rik Wouters was dat zeker niet het geval.
Een tweetal sprong er voor mij uit. De eerste compositie, Chrysanten uit 1915, toont een dieprode vaas met witte, gele en rode bloemen, staande op wat een balkon van een woning kan zijn. Door het contrast met de wat vaal gehouden achtergrond in blauwgroenbruin grijpt het boeket meteen de aandacht. Het wedijvert daarin met het felrode van de vaas, als een twee-eenheid, want aan elkaar geklonken. Zonder de omhelzing van de vaas is er immers geen boeket, slechts een verzameling losse bloemen. Anderzijds zou de vaas zonder inhoud waarschijnlijk tot een betekenisloze rode vlek op het doek gereduceerd worden. Ze hebben elkaar nodig, boeket en vaas, zowel om volledig zichzelf te zijn als om zichzelf door de ander te overstijgen tot een betekenisvolle eenheid.
(tekst gaat door onder foto)

Iets soortgelijks gebeurt in het tableau De Opvoeding uit 1912. Het rood vult hier in vele schakeringen bijna het hele doek. Een vrouw zit aan tafel in een huiskamer met naast haar een meisje en tussen hen in witte vellen van een boek of schrift. Lezen ze? Schrijven ze? Is het nazien van huiswerk? Welke kennis wordt er overgedragen? Dit keer staat de rust van de handeling en de intimiteit tussen die twee in schril contrast met overweldigende vurigheid van het rood, dat bijna adembenemend werkt. Opnieuw een twee-eenheid van ogenschijnlijke tegenstellingen die elkaar in noodzakelijke afhankelijkheid omarmen.
(tekst gaat door onder foto)

De zeer aangename verkoeling in het museum bij de hoge buitentemperaturen van dat moment was maar net genoeg om de warme impact van de kleuren en afbeeldingen te temperen. Misschien was Zinderend Rood voor mij een passender titel geweest.