De Spaanse schrijver Javier Cercas, winnaar van de Europese Boekenprijs 2025, levert met “Gods gek aan het einde van de wereld” (Le Fou de Dieu au bout du monde) een boek af dat zich moeilijk laat classificeren, maar juist daarom zo fascinerend is. Het is tegelijk reportage, autobiografie, biografie, essay en spirituele zoektocht. Cercas reist mee met Paus Franciscus tot in Mongolië en probeert onderweg niet alleen de paus te begrijpen, maar ook zichzelf.
Toen het Vaticaan hem uitnodigde om deze reis mee te maken, dacht Cercas meteen aan zijn moeder. Zij is diep gelovig en vroeg zich sinds de dood van haar man af of zij hem ooit zou terugzien, zoals het katholieke geloof haar altijd had beloofd. Dat persoonlijke motief vormt de verborgen kern van het boek. Cercas, overtuigd atheïst, reist letterlijk “tot het einde van de wereld” om de paus één fundamentele vraag te stellen: bestaat er verrijzenis, bestaat er eeuwig leven, en zal zijn moeder zijn vader terugzien? Hij wil het antwoord van Franciscus aan haar kunnen overbrengen.
Een dwaas zonder God die de dwaas van God tot het einde van de wereld achtervolgt
Die spanning maakt het boek bijzonder. Op de eerste pagina noemt Cercas zichzelf een “atheïst, anticlericaal , een “dwaas zonder God die de dwaas van God tot het einde van de wereld achtervolgt”. Achter die ironische formulering schuilt echter een ernstige zoektocht. Het boek gaat niet over een spectaculaire bekering, maar over een mens die blijft vragen stellen, zelfs wanneer hij zichzelf ongelovig noemt.
Daarin doet Cercas denken aan Emmanuel Carrère en diens Le Royaume. Net als Carrère kiest hij voor een mengvorm van persoonlijke reflectie, onderzoek en literaire reconstructie — een soort “roman zonder fictie”. Beide auteurs schrijven geen neutrale reportage, maar confronteren de lezer met hun eigen twijfel, fascinatie en verlangen naar betekenis. Het resultaat is literatuur die tegelijk intellectueel en existentieel raakt.
Het boek is zorgvuldig opgebouwd in drie grote delen: Op zoek naar Bergoglio, De soldaten van Bergoglio en Het geheim van Bergoglio, gevolgd door een epiloog en een toelichting van de auteur. Die structuur weerspiegelt ook de beweging van de tekst zelf. In het eerste deel probeert Cercas de mens Jorge Mario Bergoglio te begrijpen: zijn afkomst, zijn persoonlijkheid, zijn manier van kijken naar de wereld. Het tweede deel richt zich op de mensen rond hem — kardinalen, bisschoppen, missionarissen, medewerkers van het Vaticaan — die samen het complexe universum van Franciscus vormen. Daar krijgt de lezer uitzonderlijk veel inzicht in de interne dynamiek van de Kerk, de spanningen binnen de Romeinse curie en de hervormingen die Franciscus probeerde door te voeren.
Het derde deel, Het geheim van Bergoglio, gaat dieper. Daar verschuift de aandacht van kerkpolitiek naar de spirituele kern van het pontificaat. Wat drijft deze paus werkelijk? Wat betekent geloof voor iemand die de wereld voortdurend oproept tot barmhartigheid, nabijheid en eenvoud? Precies daar raakt Cercas ook steeds meer aan zijn eigen vragen over geloof, dood en hoop.
Cercas observeert Franciscus met een kritische maar vaak ook bewonderende blik. Hij merkt meermaals op dat in het mediabeeld van deze paus vooral de politieke dimensie aandacht krijgt, terwijl zijn religieuze en spirituele kant vaak onderbelicht blijft. Zijn gesprekspartners reageren daar scherp en genuanceerd op. Een van de opvallendste stemmen in het boek is Andrea Tornielli, communicatiedirecteur van het Dicasterie voor Communicatie. Volgens hem heeft het christendom vandaag dringend nood aan een nieuwe taal: minder hermetisch, minder intern kerkelijk, maar verstaanbaar en aantrekkelijk voor hedendaagse mensen. Oude waarheden moeten opnieuw gezegd kunnen worden op een manier die mensen werkelijk raakt.
Geloof verspreidt zich door het voorbeeld van een geleefd leven
Toch benadrukt het boek tegelijk dat de essentie van christelijke verkondiging niet in marketing of strategie ligt. Franciscus herhaalt meermaals een intuïtie die ook al bij Benedictus XVI aanwezig was: geloof verspreidt zich niet door proselitisme, maar door het voorbeeld van een geleefd leven. Mensen worden geraakt door authenticiteit, niet door slogans.
Het opmerkelijke aan Cercas’ boek is dat het verschillende registers tegelijk weet te combineren. Het spreekt over theologie en actualiteit, over macht en kwetsbaarheid, over dogma’s en menselijke emoties. Het gaat over de reis naar Mongolië, over de poging van Franciscus om bruggen te bouwen naar China, over kleine vergeten kerken aan de rand van de wereld, maar evenzeer over de innerlijke reis van een schrijver die zichzelf onderweg tegenkomt.
Het is een boek over de menselijke behoefte aan betekenis
Daardoor is Gods gek aan het einde van de wereld meer dan een boek over een paus. Het is een boek over de menselijke behoefte aan betekenis, over de hardnekkigheid van twijfel en over de vraag die misschien elke mens ooit stelt: kan liefde sterker zijn dan de dood?
Misschien is dat uiteindelijk de grootste kracht van dit werk? Het geeft geen eenvoudige antwoorden en kiest nergens voor goedkope apologetiek. Maar juist daardoor slaagt Cercas erin een eerlijk, intelligent en diep menselijk boek te schrijven — een boek dat gelovigen én ongelovigen aanspreekt. Naast de autobiografie van Paus Franciscus en de vele publicaties die reeds over zijn leven, denken en pontificaat verschenen, vormt dit boek een uitzonderlijk waardevolle en verrassend originele aanvulling. Juist omdat het geschreven werd door een buitenstaander — een sceptische, zoekende auteur — werpt het een ander, vaak indringender licht op Franciscus en op de vragen die zijn pontificaat oproept.
Leo De Weerdt SJ is een Vlaamse jezuïet. Hij is werkzaam als gevangenisaalmoezenier.