In het vroege ochtendlicht stond hij te wachten bij de bushalte, onderweg naar het station. Een grote rugzak naast hem op de grond, zijn forse wandelschoenen bungelend aan zijn riem. Het was de vroege zaterdagochtend na de Vierdaagse Afstandsmarsen rond Nijmegen. Opeens was deze jonge man voor mij een icoon, het symbool van die 45.000 wandelaars: de doodgewone wandelaar
Hij zal niet door een televisieploeg zijn gefilmd, niet op een foto in de krant verschenen, niet heldhaftig of extravagant, gewoon de doorsneewandelaar. Hij had zijn jack aan; zijn zojuist verdiende vierdaagse-kruisje zal eronder verborgen hebben gezeten.
Pierre Favre is voor mij de icoon van de doodgewone jezuïet
Een korte groet, een felicitatie mijnerzijds, meer zat er niet in, mijn hondje trok me verder naar het park.
Op 2 augustus vieren we het feest van Pierre Favre, een jezuïet van het allereerste uur. Ik heb me altijd tot hem aangetrokken gevoeld. Ik realiseer me, dat ook hij voor mij zo’n icoon is, de icoon van de doodgewone jezuïet, niet van rijke of aanzienlijke komaf, geen groot geleerde, geen boekenschrijver, geen bevlogen predikant die mensenmassa’s bezielt, geen avonturier, een doodgewone jezuïet.
Ik vond het dan ook passend dat hij niet “heilig” was, maar “gewoon zalig”. Dat paste bij deze icoon.
Pierre kwam van een herdersfamilie uit de Alpenstreek in Frankrijk. Dankzij steun van zijn familie kon hij naar school en later naar de universiteit in Parijs. Daar ontmoette hij Franciscus Xaverius en Ignatius; ze kregen een hechte band. Hij werd de eerste priester van het kleine gezelschap.
Vaak wordt hij afgebeeld met een pelgrimsstaf: op verzoek van de paus doorkruiste hij – alleen en te voet – heel West-Europa, ook Duitsland waar hij werd geconfronteerd met het opkomende protestantisme. Zijn sterke kant bij zijn tochten was het persoonlijk contact, open en warm menselijk, ook met protestanten. Zijn houding was niet agressief of polemisch, maar veeleer oecumenisch, open.
De eenvoudige herder, bleef trouw, was zachtmoedig en vriendelijk voor wie hij ontmoette
Hij was een stille kracht in de beginnende sociëteit, steunpilaar voor Ignatius, maar steeds op de achtergrond. Voor de buitenwereld minder bekend dan de grote jezuïeten uit zijn tijd: pas drie eeuwen na zijn dood werd hij zalig verklaard. De eenvoudige herder, bleef trouw, was zachtmoedig en vriendelijk voor wie hij ontmoette.
Broos was hij ook, vooral geestelijk.
Uit het dagboek dat hij de laatste paar jaar van zijn leven bijhield, weten wij dat hij niet iemand was die pronkte met zijn successen. Integendeel, hij had eerder een lage dunk van zichzelf, depressief zelfs.
Veertig jaar oud overleed hij, net terug bij Ignatius in Rome, totaal uitgeput.
In 2013 besluit paus Franciscus op eigen gezag hem heilig te verklaren. Het zal niet zijn omdat hij dacht dat een jezuïet uit die allereerste periode toch niet eeuwig zalig kon blijven. In een interview beschrijft Franciscus Pierre Favre: “Zijn dialoog met iedereen – zelfs met tegenstanders –, zijn eenvoudige vroomheid, een zekere naïviteit misschien, zijn directe beschikbaarheid, zijn groot innerlijk onderscheidingsvermogen, het feit dat hij een man was die in staat was zeer belangrijke beslissingen te nemen, maar ook iemand die buitengewoon zachtmoedig was.”
Het is duidelijk dat ook Franciscus in hem een icoon had ontdekt, een icoon van het priesterlijk leven, zoals hijzelf dat voor ogen had.
Niet ver van de bushalte waar ik de icoon van de vierdaagseloper trof, op de hoek van de straat, staat een huis dat de Nederlandse jezuïeten rond de tijd van de heiligverklaring kochten om er het provincialaat (provinciaal bestuur van de orde) te vestigen. Het huis werd omgedoopt, de naam op de gevel vervangen door “Favre”. Een prima keus van onze hoofdredacteur die daar destijds over ging. Inmiddels is het huis weer verkocht. Maar hoog bovenaan de gevel pronkt nog steeds de naam “Favre”, een eerbetoon aan de “gewone jezuïet”, ook nu.
Foto door Jorge Luis Ojeda Flota via Unsplash