Die dag hebben wij iets geleerd dat wij al lang hadden moeten weten. Ons viertal was heel vroeg vertrokken vanuit de Theodulhut, hooggelegen op de grens tussen Italië en Zwitserland. Onze bestemming was de Breithorn, een bergtop die weliswaar 4150 meter hoog is maar die door kenners beschouwd wordt als iets voor beginners.
Toch moet zij niet worden onderschat: het is geen steile maar wel een lange tocht. Eerst afdalen tot de skipiste en die met onze cordée (met touw verbonden groep) oversteken, tot grote ergernis van de zomerskiërs die daar al vroeg doende waren. En dan opstijgen naar de Breithorn. Geen steile klim, inderdaad, maar wel een haast eindeloze klim. Al vroeg konden we de top zien in de verte, scherp afgetekend tegen de staalblauwe hemel. Hij leek binnen handbereik maar dat was gezichtsbedrog. Op die eentonige sneeuwhelling waren er geen oriëntatiepunten om onze vorderingen te schatten. We stapten en bleven stappen maar we leken niet naderbij te komen. Waren we het slachtoffer van een luchtspiegeling?
Tijd voor een moment van contemplatie, zoals voor pelgrims die hun eindbestemming bereikt hebben
Maar, om een heel lang verhaal kort te maken, we zijn er geraakt. Zuchtend en puffend maar nog fris genoeg om te genieten van het overweldigend uitzicht: rechts van ons de Monte Rosa, recht voor ons de Weisshorn, links van ons de Matterhorn en onder ons Zermatt. Tijd voor een moment van contemplatie, zoals voor pelgrims die hun eindbestemming bereikt hebben.
Helaas, lang waren wij daar niet alleen. Links van ons naderde een sliert toeristen, op zomerse schoenen, in korte broek, zonder rugzak maar met veel luidruchtige vrolijkheid. Waar kwamen die vandaan? Ach ja, nu herinnerden wij het ons: er was een kabelbaan met eindstation op een boogscheut van onze Breithorn. Die wandelaars zouden allen hun plaats op onze bergtop opeisen. Wat zouden die gedacht hebben van het viertal dat daar stond uit te blazen tussen hun rugzakken, hun ijshouwelen en hun bergtouw? Zouden zij de gepaste bewondering opbrengen? Of zouden zij medelijden hebben met die sukkels die geen gebruik hadden gemaakt van de beschikbare technologische mogelijkheden? Hadden die daarvan niet geweten? Hadden die dat niet kunnen betalen?
Onderweg hadden wij de ervaring opgedaan van onze fysieke beperkingen en mogelijkheden
Wat dachten wij? Dat wij van onze tocht naar de Breithorn meer genoten hadden dan zij van hun wandelingetje. Wij hadden de top heel langzaam naderbij zien komen. De tocht naar de top was voor ons even belangrijk als het bereiken van de top. Onderweg hadden wij de ervaring opgedaan van onze fysieke beperkingen en mogelijkheden. En vooral van onze onderlinge verbondenheid (figuurlijk en ook letterlijk). Ja, het had iets van een pelgrimstocht. Die doe je niet met technologische hulpmiddelen. Naar Compostella ga je te voet, niet met de autobus.
Die lange tocht naar de Breithorn was niet meer dan een imitatie van het echte leven. Niettemin herinnerde hij ons aan een wijsheid waaraan wij van tijd tot tijd herinnerd moeten worden. Om van een ervaring te kunnen genieten moeten wij ernaar leren verlangen. Dat leerproces verloopt moeizaam en het vergt tijd. Eigenlijk is heel ons leven een leerproces. Het leert ons uitzien naar een werkelijkheid die verder verwijderd ligt dan wij verwacht hadden, maar die mooier zal blijken dan wij verhoopt hadden.
Om van een ervaring te kunnen genieten moeten wij ernaar leren verlangen
Maar genoeg over levenslessen in de bergen. Ik herinner me, eerlijk gezegd, niet meer hoe wij daarna terug beneden zijn geraakt, in Zermatt, 2500 meter lager. Hebben wij toen de moed opgebracht om die lange afdaling te voet aan te vatten? Ik vermoed dat wij toch maar de kabellift hebben genomen. Naar het voorbeeld van die toeristen.