Moet er iets veranderen aan de positie van de vrouw in de kerk? Ignis onderzoekt die vraag. Deze keer: Leonie van Straaten is priester in de Oud-Katholieke Kerk waar vrouwen werden toegelaten tot het priesterambt. Wat doet dat met een kerk als de vrouwen worden toegelaten tot het ambt?
‘Op aarde zoals het in de hemel is’, noemden we de jubileumbundel die uitkwam toen we in 2024 vierden dat vrouwen 25 jaar daarvoor in het priesterambt waren toegelaten. Met enkelen bereidden we dit jubileum voor: het werd een oecumenisch symposium en aansluitend een eucharistieviering ‘met drie dames’ aan het altaar. De feestelijke receptie maakte de dag af.
Iedere priesterwijding in de kerk is vreugdevol, ongeacht wie er gewijd wordt. Maar het openstellen van het ambt heeft natuurlijk wel iets met de kerk gedaan. Allereerst door het proces waarin de kerk naar dit besluit toegroeide. Er is ruim twintig jaar gezocht naar een antwoord op de vraag óf het ambt opengesteld zou worden. Samen met de Bond van Oud-Katholieke Vrouwen heeft de landelijke Synode uiteindelijk aangedrongen op openstelling van het drievoudig ambt van bisschop, priester en diaken. Het getuigde van geduld en vertrouwen, maar ook van moed dat de bisschoppen de tijd hebben genomen en gegeven aan het proces. Helaas heeft het besluit om vrouwen te wijden in de Unie van Utrecht tot een breuk geleid met de Poolse kerk en is het een hindernis in de oecumenische gesprekken met de Rooms-Katholieke Kerk en de orthodoxe kerken.
Met vrouwen in het ambt groeit de kerk in volheid, omdat het accent ligt op alle ménsen en niet langer op mannen / vrouwen
Maar voor oud-katholieken is de vrouw niet meer weg te denken onder de ambtsdragers. Met vrouwen in het ambt groeit de kerk in volheid, omdat het accent ligt op alle ménsen en niet langer op mannen / vrouwen. Zoals vrouwen in de kerk al langer serieus genomen werden, zo is het sinds de wijding van vrouwen ook binnen de geestelijkheid. Dat ging niet vanzelf, zo getuigen de eerste gewijde vrouwen, maar het is wel gebeurd en dat is mooi. Inhoudelijk is het theologisch denken over de incarnatie zoals Mattijs Ploeger dit doet in genoemde publicatie voor mij een grote steun. Hij zet centraal dat God mens geworden is in Jezus. Het man-zijn van Jezus speelt geen rol van betekenis in het Nieuwe Testament en in de christelijke leer. Het mens-zijn daarentegen speelt een grote rol, want hij handelt als mens met het oog op menswording en de komst van het Koninkrijk.
Ik leef en werk al vele jaren in gemeenschap De Hooge Berkt, een oecumenische gemeenschap in Bergeijk (NL) . Daar ben ik vertrouwd geworden met de roeping vanuit het volk: eerst komt de ingroei in de gemeenschap als mens en als je in de gemeenschap gekend bent, dan kan het gebeuren dat je geroepen wordt om voor te gaan. En dat je daartoe de zegen ontvangt. Zo was het voor mij niet vreemd om bij mijn kennismaking met de Oud Katholieke Kerk te horen hoe ook daar de voorganger geen speciale verheven plaats heeft, maar onderdeel blijft van de gemeenschap. Het gaat om de gemeenschap van gedoopten die samenkomt om te vieren en iemand nodig heeft om daarin voor te gaan. Precies op die wijze voel ik mij geroepen en bestemd, uitdrukkelijk vanuit de gemeenschap en in verbinding met de gemeenschap. In mijn roeping verlangde ik al vele jaren naar ‘handen op mijn hoofd’ – naar de wijding die voor mij als Rooms-Katholieke vrouw niet mogelijk was.
‘Priester zal zij zijn’, klonk het luidkeelse en enthousiaste antwoord vanuit de overvolle kathedraal
Toen ik ongeveer vijftien jaar geleden de Oud-Katholieke Kerk leerde kennen, was het ambt al opengesteld voor vrouwen. Dat was niet de reden dat ik me oriënteerde op de Oud-Katholieke Kerk, maar wel een van de ‘charmes’: een inclusieve kerk. Belangrijk was voor mij dat ik als katholiek theoloog verbinding wilde houden met ‘de kerk van alle tijden en alle plaatsen’. Die verbinding vond ik in de Oud-Katholieke Kerk. Schoorvoetend startte ik met de ambtsopleiding, met de verwondering dat mijn diepe verlangen misschien toch een antwoord vond. En dat gebeurde in de eucharistieviering waarin ik gewijd werd. ‘Priester zal zij zijn’, klonk het luidkeelse en enthousiaste antwoord vanuit de overvolle kathedraal op de vraag van de bisschop. Wat een vreugde!
De priesterwijding heeft mijn leven voller gemaakt, terwijl ik als mens natuurlijk ook onderweg blijf. Mijn weg gaan, samen met anderen: het is een uitdaging om ook nu ik gewijd ben trouw te blijven aan mijn roeping en bestemming. Dat vraagt luisteren en doen, steeds opnieuw. De kerk verandert, de gemeenschap verandert. Daarin is het voor mij een oefening om voor ogen te houden dat het Gods zaak is waar ik aan mee mag werken. Een zaak van liefde, vrede en gerechtigheid. De verwondering van mijn seminarietijd blijft, want: ‘Wie ben ik, dat Gij mij hebt gevraagd?’