In deze zomerserie staan we stil bij onvervulde verlangens. De redactie beschrijft wat het zinnetje “Ik had zo graag gewild…’ bij hen oproept. Vandaag: Ben Frie sj over zijn verlangen om architect te worden. “Schoonheid scheppen met eenvoudige middelen, dat vind ik mooi.”
Vormgeving. Creativiteit. Bloemschikken. Tekenen, maar dan vooral technisch tekenen, perspectieven, stillevens van voorwerpen. Ontwerpen van panden. Lego, dat vijftig jaar geleden nog slechts bestond uit blokken, omvormen tot rijnaken, vliegtuigen en aantrekkelijke villa’s. Modelbouw, van slap karton tot straalvliegtuig, plastic straaljagers en – veel – auto’s. Ja, en de modelspoorweg van mijn broer, waar ik niet zoveel aan heb kunnen participeren als me lief was geweest.
Eenmaal ingetreden bij de jezuïeten, bleek dat vormgeving niet alleen een lust was, maar ook een gave. Ruimtes indelen, herinrichten, structuur geven aan verhuizingen. Sfeer scheppen, met veel oog voor details. Schuiven met stoelen, ook als niemand daar de noodzaak van zag. Uitproberen. Een kapel renoveren.
Uiteindelijk absorbeerde de theologie alle inspanningen om andere vaardigheden aan te leren
Echt leren schilderen of tekenen is er nooit van gekomen. Een keer een cursus beeldhouwen, maar echt materiaalkennis opdoen was me te veel. Ik was gek op stereometrie, ruimtelijk denken over snijdende vlakken. Maar wiskunde? Nee. Scheikunde? Nee. Wel natuurkunde, experimenteren met elektriciteit. Wat veroorzaakt de spanning in een brug? Wat doet de zwaartekracht? Waarom?
Uiteindelijk absorbeerde de theologie alle inspanningen om andere vaardigheden aan te leren. Een psycholoog suggereerde dat creatieve therapie een goede combinatie kon zijn met mijn theologische vorming. Was dat maar gebeurd, technische vaardigheden verwerven, materiaalkennis in combinatie met pastorale zorg. Een droom! Mensen mogelijkheden geven, helpen om meer persoon te zijn.
Het is er niet van gekomen. Ik kreeg de mogelijkheid om met media te experimenteren en kon het geleidelijk uitbreiden tot kennis waar ik ook anderen mee van dienst kon zijn. Audiovisuele taal was een oefenterrein, met de vraag of je geloofsinhoud met media kon overdragen. Ik heb lang volgehouden dat dat wel kan, maar ik denk inmiddels – wijzer geworden – dat geloof pas echt overgedragen kan worden door personen, in menselijk contact. Media kunnen helpen, ondersteunen, maar de mens is de enige authentieke communicator als het over geloven gaat.
De wirwar van sporen en tunnels in Parijs en Londen, wauw
Architectuur ging me steeds meer boeien. Stedelijke vernieuwing. Fietstochten toonden mij nieuwe stadsdelen met fascinerende vormgeving. In nieuwe stations hadden architecten zich kunnen uitleven – neem bijvoorbeeld het metrostation bij Amsterdam CS of Arnhem Centraal. Ontzagwekkende constructies! Tot 26 meter diep! De wirwar van sporen en tunnels in Parijs en Londen, wauw.
Ik had zo graag architect willen worden. Maar mij ontbrak het vermogen om me zo’n beroep in alle facetten eigen te maken. De technische kennis die vereist is, materiaalkennis, constructiekennis. Contracten, financiën, specialismen. Toen ik eens berekeningen van een constructeur onder ogen kreeg, wist ik: dat kan ik helemaal niet, en – dat wil ik ook helemaal niet. Schoonheid scheppen met eenvoudige middelen, dat vond ik mooi, maar geen bouwvergaderingen alstublieft waar je je moest kunnen verdedigen en – zoals vaak met architecten – waar je je eigen ontwerpen moest kunnen doordrukken, zelfs als de opdrachtgever het niet met je eens was.
Misschien kruipt het bloed waar het niet gaan kan. Ook zonder gespecialiseerde opleidingen kan het zijn dat je creatieve inslag door vormgeving, opmaak van foto’s of het regisseren van toneelstukken tot uiting komt. Je krijgt niet de erkenning als ware je een vakman, maar het interessante van het pastorale beroep is dat het veelzijdig is. Teksten, ruimtes, kunstwerken – je kunt je overal mee bemoeien. Rector van een kerk, pastoor, groot onderhoud, teamwork. Maar dan liefst met een engagement voor de medemens om wie alles draait. Dat is er dan wel van gekomen.
Foto door Clement Lepetit