De vastentijd voor christenen en moslims viel dit jaar samen. Sara Loobuyck zag hoe haar moslimstudenten de ramadan beleven en dat zet haar aan het denken over haar eigen vastentijd als christen.
De iftar – de maaltijd bij zonsondergang waarbij de moslims tijdens de ramadan hun vasten verbreken – viel tijdens mijn lesmoment. Om een laattijdige opkomst van een groot deel van mijn cursisten te voorkomen, stelde ik voor dat ze in de klas konden eten en drinken terwijl ik verder lesgaf. Ik kon me goed voorstellen dat je na een dag zonder voedsel niet wilde wachten tot de pauze van de les, en dat je graag at vanaf het moment dat het kon, in verbondenheid met velen.
Ik vond het telkens fascinerend om te zien hoe deze cursisten de ramadan beleefden. Sommigen vulden al een bekertje met thee aan het begin van de les en keken er verlangend naar totdat ze het genietend tot zich konden nemen. Anderen wachtten tot het exacte uur van de zonsondergang, snuffelden dan in hun rugzak en haalden een voorraad eten te voorschijn. Elke keer kreeg ik eten aangeboden, vaak nog voordat ze zelf aan hun maaltijd begonnen. Eten werd aan de tafels doorgegeven, of cursisten nu dezelfde religie beleden of niet. En toen het Suikerfeest het einde van de ramadan inluidde, brachten meerdere cursisten voor iedereen een doosje lekkers mee, feestelijk ingepakt.
Ook voor mij is het een tijd van inkeer en bezinning
Het voelde alsof ik even meegenomen werd in hun leefwereld. En tegelijkertijd zet het aan tot reflectie, want ook voor christenen is het vastentijd. Ook voor mij is het een tijd van inkeer en bezinning, die deze keer voor een groot deel samenvalt met die van onze moslimbroeders. Hoe beleef ik deze periode? Waar wil ik delen? Wat wil ik minder of meer doen? Wat neem ik mee uit de ervaringen met mijn cursisten?
Ik vind het elke keer opnieuw een uitdaging om de veertigdagentijd bewust te doorleven. De weekroutine gaat verder en mijn intenties verdrinken vaak in de to-do’s van elke dag. Meer dan ooit besef ik hoe waardevol het is om de vasten niet alleen door te maken maar gedragen te worden. We zijn een gemeenschap van christenen en de vasten is zoveel rijker als we die in gemeenschap beleven, als we met elkaar op weg gaan en elkaar helpen groeien.
Iedereen had het gezien als je als moslim toch dronk of at voordat de zon onderging
In mijn klassen was er een zekere vorm van sociale controle. Iedereen had het gezien als je als moslim toch dronk of at voordat de zon onderging. Ik mocht aanschouwen hoe verbaasde blikken van de mensen rondom – op het eerste zicht misschien zelfs wat oordelend – stapsgewijs milder werden. We zijn kwetsbaar en soms falen we in onze goede bedoelingen. Maar het is het besef van onze zwakheid dat onze blik op God doet richten. “In mijn zwakheid ben ik sterk”, zegt Paulus ons in de tweede Korinthiërsbrief (2 Kor 12). Een oproep tot mildheid, tegenover onze eigen zwakheid en die van de ander.
Ik zag bovendien tijdens mijn lessen hoeveel blijdschap het geeft om te mogen delen. Delen mag hier zelfs ruimer gezien worden dan enkel materiële zaken zoals eten, geld of bezittingen. Het gaat ook over het delen van onze talenten, van inzicht, van lieve en bemoedigende woorden. Het is even uit onszelf stappen en werkelijk naar de ander toegaan, met ons hele wezen. Het delen van ons gehele ‘zijn’.
De blijdschap over deze hoopvolle gebeurtenis mag afstralen van ons gelaat
Deelname aan de ramadan is heel zichtbaar. Het vasten van de moslims – ’s avonds vaak afgesloten met grootschalige iftars waar de deur openstaat voor iedereen die mee wil vieren – is een openlijk geloofsgetuigenis. De christelijke vastentijd geschiedt misschien meer in het onzichtbare. “Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader die in het verborgene is”, horen we in Matteüs (Mt 6, 17-18). Een verborgen weg, die tegelijkertijd de vreugde van het geloof vasthoudt.
De veertigdagentijd eindigt aan het einde van deze Goede Week. Zondag vieren we de Verrijzenis van Christus en worden we eraan herinnerd dat Hij werkelijk leeft. De blijdschap over deze hoopvolle gebeurtenis mag afstralen van ons gelaat, en zo gedeeld worden met iedereen die we ontmoeten.
Foto van Mehrshad Rajabi via Unsplash