Volgens gevangenisaalmoezenier Ilse van Gorp besteden we ten onrechte weinig aandacht aan Stille Zaterdag. Er zijn toch zoveel mensen die een duisternis ervaren waar geen einde aan lijkt te komen. Wat is er te vinden op de bodem van de hel?
Onlangs werd ik gevraagd om een inleiding te komen verzorgen tijdens de Goede Week. Ik mocht zelf de dag kiezen en onmiddellijk ging mijn voorkeur uit naar Stille Zaterdag. Jezus is dood en begraven, de steen is voor het graf gerold. Jezus daalt neer in de hel, zegt onze geloofsbelijdenis. In menselijk opzicht lijkt dus alles verloren en uitzichtloos. In liturgie en spiritualiteit wordt hier niet veel aandacht aan besteed. Ten onrechte, volgens mij.
Voor de leerlingen van Jezus, zo stel ik me voor, is dit een dag van wanhoop, complete ontgoocheling en radeloosheid. De m(M)ens aan wie zij zich hechtten, op wie zij hoopten, is gestorven als een misdadiger. Zijn weg loopt bruusk ten einde. Voor hen rest er niets anders dan verbijstering en ellende.
Een mens zakt en zakt, tot hij niet dieper meer kan vallen
Ook voor zoveel mensen vandaag is deze ervaring realiteit: van gedwongen worden om je ogen te laten wennen aan een duisternis waar geen einde aan lijkt te komen. Ik denk aan mensen in een intens rouwproces, mensen in armoede, gezinnen in oorlogssituaties of mensen die gebukt gaan onder zoveel andere vormen van lijden. En niet alleen de slachtoffers kennen dit afdalen in ellende. Daders van misdrijven hebben een soortgelijke ervaring, zo leert mijn ervaring als gevangenisaalmoezenier. Voor hen is dat de confrontatie met spijt en schuld, met het harde leven achter de celmuren, het verlies van eigenwaarde en vaak ook het verlies van alles en iedereen die hen lief is. Tot op het nulpunt, noemt Stef Bos het in zijn Lied van Job. Een mens zakt en zakt, tot hij niet dieper meer kan vallen.
Oosterse iconen laten zien hoe Jezus neerdaalt in de onderwereld, de hel. Dood en leegte is ook voor Hem realiteit. Dit lijden moet er ook voor ons mogen zijn. Als vriend van lijdende mensen of als pastor, vraagt het om in de onmacht te blijven staan en niet bang te zijn voor dit donker. Menselijk gezien willen we zo graag vlug hoop aanreiken, bemoedigen, en als gelovigen wijzen naar Pasen. Natuurlijk mag dit een plaats hebben, maar ook het lijden en de onmacht mogen er ten volle ‘zijn’. Want pas op het nulpunt, zingt Stef Bos in zijn lied van Job, ‘ zie ik hoe ik door de leegte wordt gered…’. .
Jezus daalt af tot op de bodem en breekt daar de poorten van de hel open
‘Al daal ik af in het dodenrijk: daar zijt Gij aanwezig’ zegt Psalm 139. Jezus daalt af tot op de bodem en breekt daar de poorten van de hel open. Pas daar reikt Hij Adam en Eva de hand. Geen Pasen zonder Stille Zaterdag: het doorleven van onmacht, rouw, uitzichtloosheid. Stille Zaterdag als een lang en moeizaam proces dat ten volle zijn plaats moet krijgen, ook voor gelovigen.
En daarna mag Stef Bos verder zingen: ‘… ben ik verbaasd over hoeveel liefde zich weer naar buiten vecht’. Dan kan het echt Pasen worden…dan kunnen ook lijdende mensen vandaag ervaren hoe ze beetje bij beetje weer door Leven en Liefde bewogen worden.
Foto door Wiki Sinaloa via Unsplash