Onze geloofsgemeenschap hoort zich ook te bekommeren om de samenleving buiten onze gemeenschap. Hoe scoort de kerk volgens Guido Dierickx sj als het gaat om het buitenlands beleid van de Kerk?
Onze geloofsgemeenschap is geroepen om het Rijk Gods te vestigen in de ons omringende wereld. Op de eerste plaats houdt dit in dat de leden van die gemeenschap een intens geloofsleven ontwikkelen. Wordt daaraan in onze tijd de passende aandacht besteed? Veel wijst erop dat dit inderdaad een grote prioriteit is. We vernemen veel over bezinningen en retraites, over de zorg om de persoonlijke spiritualiteit. Als vanzelfsprekend gaat dit samen met pogingen om de kwaliteit van de relaties tussen gelovigen te cultiveren: de interpersoonlijke spiritualiteit. Die vinden we terug in initiatieven zoals gespreksgroepen en ook, maar dan op grotere schaal, in de synodale beweging die thans op dreef is gekomen.
Onze geloofsgemeenschap hoort zich ook te bekommeren om de samenleving buiten onze gemeenschap
Deze inspanningen zou men, in profane termen, kunnen rangschikken bij het “binnenlands beleid” van onze kerkgemeenschap. Wat dan met het “buitenlands beleid” van die kerkgemeenschap? Onze geloofsgemeenschap hoort zich ook te bekommeren om de samenleving buiten onze gemeenschap, hoort tussen te komen in het publieke leven waar de mensenwereld de kans krijgt om meer waarachtig menselijk en dus meer “Rijk Gods” te worden. Volgens vele waarnemers laat dit aspect van het kerkelijk beleid te wensen over.
Nee, de kerkelijke instanties vergeten niet maatschappelijke wantoestanden aan te klagen. Maar hun stem krijgt zelden grote weerklank. Andere politieke krachten eisen in het publieke forum de aandacht op, anderen hebben daar meer invloed. Het is waar dat de kerkelijke boodschap soms toevertrouwd wordt aan “onderaannemers”, aan organisaties en verenigingen die minder gemakkelijk geïdentificeerd worden met de geloofsgemeenschap. Maar niettemin blijft de indruk van een gebrekkig buitenlands beleid van de kerkgemeenschap. Het is niet voldoende vanaf de kansel verzuchtingen uit te spreken. Wat loopt er mis?
Er is veel te leren van initiatieven die wel succes hebben gehad. Een encycliek zoals “Rerum Novarum” heeft ooit veel in beweging gezet. Maar dat is al een tijdje geleden. Is er in recente jaren iets vergelijkbaars geweest? Ja, er is bijvoorbeeld de encycliek “Laudato Si” over de ecologische problematiek. Die heeft veel bijval gehad en zindert nog steeds na. Maar is die, vanuit kerkelijk perspectief, een groot succes te noemen? Ze had politiek gesproken, één zwak punt: men was het er al te gemakkelijk mee eens. Bijgevolg was het niet meteen duidelijk wat de christelijke inbreng was van dit document. Zorg om het milieu kan immers ingegeven worden door heel andere overwegingen dan specifiek christelijke.
Dit verplicht ons om de initiatieven van het kerkelijk buitenlands beleid van meer nabij te onderzoeken en dit aan de hand van drie criteria die ook in politieke middens gehanteerd worden, bijvoorbeeld door politieke partijen. Ze worden ons gesuggereerd door de sociologie van het conflict.
Volgens het eerste criterium dienen de initiatiefnemers te kunnen rekenen op voldoende steun in eigen rangen. Wanneer daar te veel verdeeldheid ontstaat wordt hun voorstel voor de buitenwereld ongeloofwaardig. En natuurlijk zullen de initiatiefnemers dikwijls terugdeinzen voor de schade die ze in hun eigen gemeenschap zouden kunnen aanrichten. Rerum Novarum kon in de katholieke wereld wel niet rekenen op eensgezindheid maar toch op de steun van een sterk verenigingsleven. Laudato Si kon insgelijks genieten van een grote bijval bij de achterban. Op dit criterium scoorden deze encyclieken dus heel goed.
Een vijandbeeld aanwenden houdt ethische risico’s in maar wie het publieke debat wil aangaan kan eigenlijk niet zonder
Een tweede criterium wil dat het initiatief moet ingaan tegen een zekere tegenstand. Voorstellen die te ‘braaf’ zijn om weerwerk los te maken, kunnen de aandacht niet lang gaande houden. Oproepen tot vrede en medemenselijkheid zijn er al genoeg. De stem van de geloofsgemeenschap heeft dan geen profilerend effect, ze onderscheidt zich niet van andere stemmen. Haar stem zou meer gehoor krijgen als zij alternatieve voorstellen durft afwijzen en nog meer wanneer ze de alternatieven afwijst van opponenten, van “vijanden”. Een vijandbeeld aanwenden houdt ethische risico’s in maar wie het publieke debat wil aangaan kan eigenlijk niet zonder. Veel jonge katholieken voelden zich vroeger tot missiewerk geroepen omdat zij “heidenen” wilden redden van de hel. Dat vijandbeeld maakte deel uit van een niet hoogstaande maar wel motiverende theologie. En heeft het kerkelijk leven geen stimulans gekregen door de confrontatie met het strijdend atheïsme van de Sovjet-Unie? Hebben wij thans nog zulke duidelijke “vijanden”?
Een derde criterium: om geloofwaardig te worden moet het initiatief praktisch uitgewerkt worden. Het moet niet enkel zeggen wat de uiteindelijke doelstelling is, maar ook hoe dat kan bereikt worden met de beschikbare middelen. Een goed voorbeeld hiervan bieden m.i. de pastorale brieven die de Amerikaanse bisschoppen in de jaren zestig van vorige eeuw gewijd hebben aan de bewapeningswedloop en vervolgens aan het economisch bestel van hun land. Deze brieven hebben veel indruk gemaakt, ook buiten het katholieke milieu, omdat daarin de deskundigheid verwerkt werd die nodig was om tegenargumenten te ontzenuwen en om het mogelijke te onderscheiden van het onmogelijke. Dat onbesproken laten wordt al gauw fataal in het publieke debat. Was dat niet de zwakheid van het nobele “Wir schaffen das” van Angela Merkel?
Zijn wij tegenwoordig, in onze streken, in staat om te beantwoorden aan deze drie criteria? Ikzelf zie één periode waarin dat mogelijk is gebleken: de schoolstrijd in de jaren vijftig van vorige eeuw. Toen was de katholieke wereld eendrachtig, meende zij een duidelijke tegenstander te kunnen identificeren, had zij ook de deskundigheid om haar voorstellen kracht bij te zetten. Haar collectieve actie werd een succes. Daartoe is de katholieke gemeenschap heden niet meer in staat, althans niet in onze streken (maar bijvoorbeeld wel in de VS waar de kerkgemeenschap zich thans resoluut keert tegen het brutale migratiebeleid van de federale overheid). Was het ook een glorieuze episode in de geschiedenis van onze kerkgemeenschap? Dat is voor betwisting vatbaar. Het ergste werd vermeden maar het beste werd niet bereikt. Zo gaat het dikwijls met acties in het publieke forum. Ze zijn nodig maar niet helemaal bevredigend.
Foto door Maria Thalassinou via Unsplash