Komende donderdag is het sacramentsdag (tweede donderdag na Pinksteren). Op dit feest wordt gevierd dat Jezus Zichzelf in de vorm van brood en wijn aan de gelovigen wil geven als voedsel en zo voortdurend onder de mensen wil blijven.
Ik ben het brood dat leven geeft (Jo 6, 35)
“In de nacht dat hij werd overgeleverd, heeft hij het brood gebroken en uitgedeeld met de woorden: ‘dit is mijn lichaam voor u.…” (1 Cor 11, 24-25) Hiermee geeft Paulus de oudste overlevering van de woorden waarmee Jezus de eucharistische maaltijd heeft ingesteld.
Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald…
Enkele decennia later geeft de auteur van het Johannesevangelie, na een verhaal van wonderbare broodvermenigvuldiging, een lange overweging over hetzelfde centraal mysterie van ons geloof in Jezus: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald… Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees…” (Jo 6, 51) Voor Johannes is Jezus het Woord van God dat is “vlees geworden” (Jo 1, 14), dat op het laatste avondmaal is brood geworden: “neem en eet…” De toehoorders verstaan Jezus niet: ‘Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” Elke Israëliet wist nochtans dat hij Gods Woord moest eten om erdoor gevoed te worden. Hij kende het visioen van Ezechiël aan wie een hemelse stem beveelt het boek te eten. (Ez. 3, 1)
Zoals de Bijbelse mens het Woord van God moest eten om erdoor te worden omgevormd tot een mens die God welgevallig is, zo moeten christenen het mens geworden Woord van God, eten, zelfs “kauwen en als een kameel herkauwen en verteren” zegt de H. Antonius abt aan zijn monniken, om erdoor te worden omgevormd.
Johannes begint zijn passieverhaal met de woorden: “Hij die hen had bemind door in de wereld te komen, zou hen nu zijn liefde betonen tot het uiterste toe”. (Jo 13, 1) Wat wij in de eucharistie vieren is het mysterie van God die ons bemint tot het uiterste en die ons zo liefdevol als Hij wil maken door ons te voeden met zichzelf. We nuttigen het brood om te worden omgevormd tot mensen zoals Jezus, Gods mens geworden liefde.
Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben…
En Jezus zegt: “Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben…” (Jo 6, 35) Een prachtig psalmvers zegt: “Aan wie naar u verlangt zegt gij: ‘open wijd uw mond en ik zal uw honger stillen’ (Ps. 81, 11). Een middeleeuwse geestelijke schrijver geeft hierop als commentaar: “dan word ik wat ik eet, vlees van Uw vlees en beenderen van Uw gebeente”. Zo wordt dit ook verwoord in één van de mooiste misgebeden: “Heer, geef dat we in deze eucharistie die we vieren worden omgevormd tot wat we ontvangen”, eigenlijk: worden omgevormd tot WIE we ontvangen!
Is het ook niet naar dat brood dat we vragen als we het ‘Onze Vader’ bidden nadat we, zoals de Emmaüsgangers, de liefde van God in Jezus hebben mogen ontwaren “in het breken van het brood ” (Luc 24, 35)?
Foto door Jacob Bentzinger via Unsplash