Sinds ongeveer 2013 maken we in Europa een ‘vluchtelingencrisis’ mee. Ik zou liever spreken van een crisis van de gastvrijheid, een morele en spirituele crisis van het Westen.
Gastvrijheid ten aanzien van vreemdelingen, in het bijzonder mensen op de vlucht, is vanouds een hoge plicht en een blijk van humaniteit. De verplichting van staten om asielzoekers te beschermen werd 75 jaar geleden, in 1951, vastgelegd in een internationaal verdrag, de Conventie van Genève.
Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen
Maar ook in de Bijbel staat de deugd van gastvrijheid hoog aangeschreven. Het grote voorbeeld is de gastvrijheid die Abraham en Sara bewezen aan drie onbekenden, die achteraf engelen of God zelf bleken te zijn (Genesis 18,1-15). In het Nieuwe Testament herinnert de brief aan de Hebreeën daaraan: ‘Houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen’ (13,2).
In 2012 kondigde de Britse regering voor het eerst een reeks maatregelen af die het migranten zonder de vereiste papieren zo moeilijk mogelijk moeten maken om in het Verenigd Koninkrijk te blijven, in de hoop dat ze uit eigen beweging zouden vertrekken. Een ‘hostile environment’ noemt men dat. Vijandschap in plaats van gastvrijheid.
De voorwaarden om in Europa verblijfsrecht te krijgen worden strenger en strenger. Het Europees migratiepact, dat op 12 juni 2026 in werking trad, legt nog meer nadruk op het bewaken van de buitengrenzen, op detentie, op versnelde en strengere asielprocedures, overeenkomsten met derde landen en het terugsturen van mensen. Het verleden heeft uitgewezen dat dergelijke maatregelen desastreuze gevolgen hebben voor de grondrechten van vreemdelingen.
Bij Jesuit Refugee Service Belgium maken we dagelijks mee hoe het opsluiten van migranten hun menselijke waardigheid aantast en diepe kwetsuren veroorzaakt. Een man uit Syrië, een dichter, die met twee van zijn volwassen zonen maandenlang in een detentiecentrum vastgehouden werd, zei: ‘Dit is voor mij een vernedering. Elke dag sterft er iets in mij. Deze gevangenschap staat in rode letters in mijn hersenen geschreven.’
Deze vijandige houding komt voort uit angst
Over dit migratiebeleid schaam ik mij. Het komt er tenslotte op neer dat wij die mensen hier niet willen.
Deze vijandige houding komt voort uit angst. Het vreemde boezemt angst in. Mensen die anders zijn door hun huidskleur, cultuur, religie of gedragingen wekken wantrouwen op. Deze gevoelens moeten we ernstig nemen. Denken dat de verschillen gemakkelijk overbrugd zullen worden zou getuigen van naïviteit. Een naïviteit die leidt tot agressie en geweld.
Er is nood aan verzoening, aan een open en gastvrije ruimte waarin vreemden hun anders-zijn kunnen afleggen en medemensen kunnen worden. Verzoening, verstaan als het tot stand brengen van goede relaties, is echter een lange en moeizame weg waarvoor geen blauwdruk bestaat.
Foto door Matthias Derksen