Guido Dierickx is klaar met het kleinzielig denken over België. Hij schrijft een brief aan zijn landgenoten om groots te denken. “Hier enkele voorstellen voor een krachtdadig beleid ter zake.”
Waarde landgenoten,
Het moet gedaan zijn met dat treuren over dat kleine land dat het onze is. Ook wij kunnen groot zijn en de gelegenheid om dat te bewijzen dient zich aan. Tijdens de laatste Olympische Spelen heeft ons land geen grote successen behaald. Dat zult u zich allicht met enig spijt herinneren. Andere landen hebben meer medailles binnengehaald. De VS, om er maar één te noemen, wonnen er veel meer dan wij. Het spektakel van die steeds weer juichende Amerikaanse fans blijft in ons geheugen gegrift. Nu zullen de statistisch geschoolden onder u opmerken dat de VS een groter land is dan het onze, met veel meer atleten. Maar deze tegenwerping is niet overtuigend. Want er is het geval van Nederland. Niet veel groter dan ons land, maar toch een pak meer medailles. Is onze bevolking minder geschikt voor grote sportieve prestaties dan de hunne? Deze haast racistische verklaring is verwerpelijk. Als ons DNA ons tot minderwaardigheid zou determineren, zou er niet veel aan te doen zijn. Maar nee, we kunnen er iets aan doen. Hier enkele voorstellen voor een krachtdadig beleid ter zake.
Een drastische maatregel zou erin bestaan zo veel mogelijk concurrerende landen van de Spelen uit te sluiten. Vroeger was Rusland een te duchten concurrent. Gelukkig voor ons heeft Poetin daar nu het bewind in handen en kan het zich haast niet meer in beschaafd gezelschap vertonen. Om gelijkaardige redenen zou thans ook de VS van Donald Trump geweerd kunnen worden. Toegegeven, een actie in die zin heeft weinig kans op slagen. Tot overmaat van ramp melden zich steeds meer deelnemers voor de Spelen. En sportief talent hebben ze. Al die Afrikaanse landen en natuurlijk het enorme China. Gelukkig blijft India, ook een enorm land, zich eenzijdig toeleggen op cricket.
Wij zouden bij de federale overheid kunnen aandringen op het invoeren van wielrennen op de lagere school
Daarnaast zouden we fors kunnen investeren in disciplines waarin wij sterk staan. Welke zijn dat? Traditioneel is ons land vrij sterk in de zogenaamde cafésporten. Wat over het opnemen van biljarten op de agenda van de Spelen? Helaas, daar zijn de Britten ook heel goed in. En het nationalistisch gejuich van de Britse fans is al even ergerlijk als dat van de Amerikaanse. Maar er zijn nog mogelijkheden. Wij hadden en wij hebben goede wielrenners. Dat is een sport die bij ons nu al veel talent aantrekt. Maar nog niet genoeg. Wij zouden bij de federale overheid kunnen aandringen op het invoeren van wielrennen op de lagere school. Daarna kunnen wij het Olympisch Comité er wellicht van overtuigen meer wielerdisciplines op het programma te zetten. Bijvoorbeeld naast een wedstrijd tijdrijden over 50 km ook een wedstrijd over 100 km, liefst over kasseien. En een wedstrijd voor tandems, voor heren, voor dames en gemengd. Stel u voor: een duo met Evenepoel en Kopecki. Dat kan ons medailles opleveren en redenen om ons land groot te achten.
Natuurlijk zullen dergelijke maatregelen niet op een onverdeelde bijval rekenen. Nu al gaan er stemmen op die de olympische zegepralen en al die medailles afdoen als frivool volksvermaak. Die vinden dat de hele opzet van de Spelen alleen dient om aan het grote publiek opwinding te bieden en aan de sportjournalisten een broodwinning. Die meeleven met de verliezers, met de jonge mensen die daarvoor de beste jaren van hun leven hebben opgeofferd. Die een afkeer hebben van het verafgoden van de overwinnaars. En dan zijn er natuurlijk ook nog de moraalridders die enkel van sport houden zo die samenwerking en solidariteit vereist en niet leidt tot wedstrijden waarvan alleen de overwinnaars van tel zijn. Een mooie, hooggestemde overweging, maar daarmee winnen we geen medailles.
Wij kunnen niet eindeloos blijven teren op onze chocoladebewerkers en onze bierbrouwers
Nee, laten we pragmatisch zijn. Ons land heeft behoefte aan nationale trots, een trots die kan opwegen tegen die van andere landen, in het bijzonder van onze buurlanden. Wij kunnen niet eindeloos blijven teren op onze chocoladebewerkers, op onze bierbrouwers en op de artistieke nalatenschap van Pieter Brueghel. Of zullen wij trots zijn op onze bescheidenheid?