In deze zomerserie staan we stil bij onvervulde verlangens. De redactie beschrijft wat het zinnetje ‘Ik had zo graag gewild…’ bij hen oproept. Vandaag schrijft Michaël Merrigan over het juiste moment, dat altijd net buiten handbereik lijkt te liggen.
Bijna had ik deze bijdrage niet geschreven. Eerlijk gezegd voel ik me met mijn 42 zomers nog jong voor grote onvervulde verlangens. Niet alleen mijn leeftijd speelt daarin een rol. Ik heb tot nu toe ook veel geluk gehad in het leven. De woorden ‘Ik had zo graag gewild…’ roepen bij mij vandaag weinig belangrijke scharnierpunten op, geen grote gemiste kansen waar ik met spijt op terugkijk.
Wandelend door mijn geliefde Brussel krijgt alles opnieuw zijn juiste proporties
Misschien heeft dat ook met mijn generatie te maken. We verliezen elkaar wel eens uit het oog, maar zelden voorgoed. Via sociale media of een eenvoudige zoekopdracht vind ik zelfs collega’s terug van een eenmalige cursus twintig jaar geleden. Een vriendschap die belangrijk voor me was, bekoelde ooit een tijdlang, maar uiteindelijk vonden we elkaar weer terug van online nooit weggeweest. Intussen zien we elkaar opnieuw geregeld.
Ook op andere vlakken heb ik weinig reden tot klagen. Ik heb een boeiende job, ben gelukkig getrouwd en heb voorlopig nog de tijd en energie om nieuwe projecten aan te nemen wanneer ze op mijn pad komen.
Natuurlijk lig ook ik wel eens om vier uur ’s nachts naar de schaduwen op het plafond te staren. Dat uur waarop de realiteit haar proporties verliest en kleine zorgen plots enorm zijn. Maar meestal brengt de ochtend snel weer perspectief. Wandelend door mijn geliefde Brussel krijgt alles opnieuw zijn juiste proporties. Een nieuwe dag, met nieuwe moed. Om niet te lang te blijven hangen in spijt over wat was of niet is, maar er iets nieuws en concreets tegenover te zetten.
En toch besef ik dat ook ik geregeld denk: ik had zo graag gewild. Alleen gaat het zelden over de grote dingen. Het zijn de vele kleine momenten die als een rode draad door mijn leven lopen.
Ik betrap mezelf erop dat ik vaak wacht op het perfecte moment. Op de perfecte omstandigheden. Dan denk ik: ik had zo graag gewild dat ik me hier beter voorbereid op voelde. Dat ik er nu echt van kon genieten. Dat deze gebeurtenis zich onder iets andere of betere omstandigheden had voorgedaan.
Betekenis ontstaat meestal niet in uitzonderlijke momenten, maar in de gewone, alledaagse gebeurtenissen
Misschien heeft dat te maken met ontvankelijkheid. Met openstaan voor de verrassende manier waarop mensen en gebeurtenissen zich aandienen. Betekenis ontstaat meestal niet in uitzonderlijke momenten, maar in de gewone, alledaagse gebeurtenissen. Alleen vraagt dat wel aandacht. De bereidheid om er ten volle te zijn.
Soms lukt me dat. En nu misschien ook vaker dan vroeger. Maar even vaak ben ik met mijn gedachten al ergens anders: bij werk dat nog af moet, bij zorgen die mijn aandacht opeisen, bij wat straks komt. Het moment dient zich aan en glipt even snel weer weg. Tijdens en achteraf is er dan dat knagende gevoel dat ik wat me overkomt niet echt beleef, ten volle heb ervaren. Alsof ik water tussen mijn handen probeer vast te houden: hoe steviger ik het wil grijpen, hoe sneller het wegglijdt.
Misschien is dat wel mijn meest terugkerende ‘ik had zo graag gewild’: vaker écht aanwezig zijn in de momenten waarop ze zich afspelen
Misschien is dat wel mijn meest terugkerende ‘ik had zo graag gewild’: niet dat mijn leven anders had moeten verlopen, maar dat ik vaker écht aanwezig was in de momenten waarop ze zich afspeelden.
De zomervakantie helpt me daarbij. Alles vertraagt. De dagen lijken langer, de agenda wordt minder dwingend en er ontstaat ruimte om opnieuw aandacht te schenken aan wat er al is. Elke zomer neem ik me voor om die traagheid toch enigszins mee te nemen naar de rest van het jaar. Dat lukt nooit helemaal, maar misschien telkens een beetje beter.
Ons eerste kindje is onderweg. Mensen die het kunnen weten, hebben me al herhaaldelijk gezegd dat het ‘juiste’ moment nu echt helemaal niet meer zal komen. Er zal altijd wel iets zijn waardoor je je niet helemaal voorbereid voelt, waardoor je aandacht elders kan worden opgeëist.
Misschien, zo realiseer ik me op deze zomerse dag weer wat nadrukkelijker, is dat precies de uitnodiging nu. Niet wachten tot het leven perfect is, maar aanwezig zijn in het leven zoals het zich aandient. De woorden ‘Ik had zo graag gewild…’ verdwijnen dan misschien nooit helemaal. Maar misschien klinken ze wel steeds zachter.
Foto door Jean-Luc Picard via Unsplash