Moet er iets veranderen aan de positie van vrouwen in de kerk? Ignis onderzoekt die vraag. Deze keer: zuster Katharina, abdis van Abdij O.L.Vrouw van Nazareth, Brecht. Ze verwacht niet veel verandering van het mannenbastion in Rome maar moedigt aan om stilletjes elke mogelijkheid aan te grijpen waar ze zich voordoet. “God nodigt iedereen uit om volwaardig mee te werken aan Zijn rijk.”
In het begin van mijn spirituele ontdekkingsreis ging ik regelmatig op gesprek bij een geestelijk begeleidster. Ik was telkens gefrustreerd dat ik niet bij haar kon biechten. Waarom moest het begeleidingsgesprek en de biecht bij een vrouwelijke geestelijk begeleidster verspreid worden over twee mensen, terwijl dit bij een mannelijk geestelijk begeleider (een priester) in één persoon kon? Dáár kon de biecht in het verlengde liggen van het begeleidingsgesprek, bij mij kon dit niet. Ik moest opnieuw heel mijn verhaal doen. Ik vond dit echt lastig. Vermoedelijk ontstond hier mijn gevoeligheid voor het priesterschap van de vrouw.
Die is enkel versterkt sinds mijn intrede in de abdij, waar we in een microkosmos leven met allemaal vrouwen, ons helemaal alleen beredderen. In de gouden jaren hadden we zusters die de dakgoten schoonmaakten, de elektriciteitspannes verhielpen, de boerderij runden, en meer. Enkel voor het voorgaan in de eucharistie moesten we een beroep doen op een man, een priester. We hebben nog altijd een inwonend priester, die dagelijks voorgaat in de eucharistie en daar zijn we dankbaar om. Het is echter vooral bij uitvaarten dat het voelbaar is dat de priester, hoe goed die man het ook bedoelt, een buitenstaander is, niet tot de gemeenschap behoort. Ik vind het dan pijnlijk dat ik, als abdis, niet kan voorgaan in die viering in mijn eigen gemeenschap.
Zolang de curie in Rome een bijna volledig mannenbastion is, mogen we niet veel verandering verwachten ten gunste van de positie van de vrouw in de kerk, vrees ik
Ik beschouw dit als restanten van een klerikaal kerkelijk verleden waarbij enkel mannen spreekrecht hadden en (dachten dat zij) de enige waren die konden nadenken en beslissen over theologische (en andere) onderwerpen. Dit is niet meer van deze tijd, denk ik vaak. Maar zolang de curie in Rome een bijna volledig mannenbastion is, mogen we niet veel verandering verwachten ten gunste van de positie van de vrouw in de kerk, vrees ik.
(tekst gaat door onder afbeelding)

De abdij van zuster Katherina
Ik ken trouwens geen enkel argument dat voor mij steek houdt in de discussie. “Dat Jezus een man was.” Hij kon slechts man of vrouw zijn en in het dominante klimaat van zijn tijd, sprak het voor zichzelf dat Hij een man was. Is daarmee de wijding van vrouwen tot in der eeuwigheid uitgesloten? Of de eigenheid van de man die maakt dat hij meer geschikt is om, in persona Christi, voor te gaan? Lichte argumenten, te licht om mij te overtuigen.
Tegelijk lig ik niet wakker van de vraag omdat mijn geloof dieper zit, niet ingeperkt wordt door die vraag rond de plaats van de vrouw in de Kerk. Ik ben geen kerkhervormer. Ik denk niet dat ik het zal meemaken dat vrouwen tot priester gewijd kunnen worden, zeker niet nu we andermaal vaststellen hoe moeizaam het gesprek rond vrouwelijke diaconessen verloopt. Tegelijk weet ik, en durf ik ronduit zeggen, dat ik me onmiddellijk laat wijden zodra het priesterschap voor vrouwen toegelaten wordt. Ik zou dit doen uit liefde voor mijn zusters hier en in dienstbaarheid aan de gemeenschap.
(tekst gaat door onder afbeelding)

Zuster Katherina met haar zusters
In onze Orde heeft elke abdij een ‘derde oog’, een abt van een andere abdij – de ‘Pater Immediatus’ – die de visitatie doet en mee zorg draagt voor die abdij. Van oudsher moest dit een abt/priester zijn aangezien wij een klerikale orde zijn waarbij het hoogste gezag in gewijde handen ligt. Sinds de voorzichtige opening voor mannen-niet-priester om overste van een gemeenschap te worden, is ook de vraag gerezen of vrouwen dan ook andere verantwoordelijkheden mogen opnemen, ‘Mater Immediata’ mogen worden. De discussie verloopt moeizaam binnen het Generaal Kapittel van onze orde – en wat me hierbij het meest ontgoochelt, is dat er zusters zijn die zelf de evolutie tegenhouden. Het argument dat alles op de lange baan zet, is altijd weer ‘dat er verder over moet gestudeerd worden’. Maar nood breekt wet!
Ineens kreeg ik de vraag of ik ‘Mater Immediata’ wilde worden
De Geest blijft zijn werk doen. Na zo’n ontgoochelende sessie drie jaar geleden, kreeg ik tijdens het Generaal Kapittel plotseling de vraag of ik ‘Mater Immediata’ wilde worden van een Franse Trappistengemeenschap (van mannen!). Het spreekt voor zich dat ik dit niet wilde noch kon weigeren en sindsdien reis ik regelmatig naar Zuid-Frankrijk, en kreeg er zo zelfs een tweede gemeenschap bij. Tot nu toe ervaar ik weinig tot geen moeilijkheden bij de broeders om een vrouw/zuster te aanvaarden in die functie. Het toont voor mij dat er verschillende sporen zijn: “Rome” en de fundamentele beslissingen die daar genomen worden en de basis, die openstaat voor verandering en vernieuwing en vrouwen meer en meer verantwoordelijkheid laat opnemen in de Kerk.
Laat ons dus maar stilletjes verder doen, alle opportuniteiten aangrijpen waar ze zich aandienen en weten dat God groter is dan alles, zich niet laat inperken tot man of vrouw zijn, maar iedereen uitnodigt om volwaardig mee te werken aan zijn Rijk.