Ben je nog iets als je niet meer kan doen wat je altijd deed? Ben Frie sj reflecteert over gewoon ‘zijn’.
“Ik wilde graag iets betekenen voor mensen”. Het is een citaat uit het roepingsverhaal van een religieuze zuster, maar het is talloze malen gezegd door religieuzen die hun gelovige bewogenheid wilden vormgeven in activiteit: ziekenhuizen stichten en runnen, onderwijs organiseren, armen bijstaan en dan de ongebreidelde inzet in wat men missielanden is gaan noemen. Ook daar: ziekenhuizen, onderwijs, sociale zekerheid scheppen.
Toen die zusters – maar het waren ook paters en broeders – ouder werden en merkten dat zij niet meer alles konden wat ze tot dan toe vanzelfsprekend vonden, kwamen zij in de problemen. Hun hele identiteit bestond in doen. Zij waren wat zij gedaan hadden en nog steeds probeerden te doen. Ook hun gebedsleven bestond in doen, uitvoeren van bestaande rituelen, gebedsteksten lezen zonder zorgen over de beleving ervan. Maar toen hun leven niet langer gevuld kon worden met actie, was er radeloosheid omdat de vertrouwde identiteit onder hun handen weggleed en zinloosheid wachtte. Het gevoel was: ik beteken niets meer.
Onze identiteit wordt sterk bepaald door wat wij doen
Onze identiteit wordt sterk bepaald door wat wij doen, alles wat wij realiseren en wat zichtbaar maakt wie wij zijn en wat wij kunnen betekenen voor mensen. Nerveus handeldrijven en winstmarges beïnvloeden: velen zijn er levenslang mee bezig. De markt te slim af zijn, maar ook de slimste mens in de televisiestudio: hoe meer ik weet en hoe sneller ik het antwoord paraat heb, hoe meer het mij oplevert. Intelligentie telde, tot de kunstmatige kwam en ons voorstellingsvermogen overtrof. Wat is er nog van mij? Wie ben ik nog als ik gekloond kan worden?
Naast doen is er nog een andere dimensie, die niet zo bedreigend is: zijn. Kunnen zeggen: ik ben. Descartes verbond ‘zijn’ aan ‘denken’: cogito, ergo sum, ik denk dus ik ben. Maar dan is denken weer een activiteit. Hier bedoelen we een dimensie van bestaan die niet verbonden is aan activiteit. Liggen zonnen op een balkonnetje. Of op de fiets overweldigd raken door het besef: ik ben deze mens zonder er zelf iets aan te doen. Ik gebeur. Met een ander woord: ik ontvang mijzelf om niet.
En dan de ervaring: ik ontvang, het leven overkomt mij
Wie stilte aandurft, kan die ervaring opdoen. Alles stil laten vallen en komen tot verwondering, verbazing dat ik er mag zijn. Wat ik heb of kan, doet er niet toe: hier ben ik. En dan de ervaring: ik ontvang, het leven overkomt mij. Mij past dankbaarheid. Ik ben gegeven.
Het besef van zijn geeft een grote stabiliteit. Het is onvervreemdbaar, onder alle omstandigheden blijft het waar. Het kan aangetast worden, op de proef gesteld. Maar dat ik dit ben en geen ander kan niemand mij ontnemen. Dat mijn grote dromen niet waar werden – het maakt niet meer uit. Dat mijn leven een heel andere dynamiek volgde dan ik had kunnen ontwerpen: het bevestigt eens te meer dat ik uniek ben, levend, echt.
Het moederhuis van de zuster wordt gesloten. Grote projecten van religieuzen worden overgedragen aan leken. Het resultaat van al het handelen vervluchtigt, maar dat doet niets af aan het zijn.
Photo by Sandro Gonzalez on Unsplash